Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Gemeentebestuur / Raadscommissie / Notulen / Notulen 2006 / Notulen Raadscommissie d.d. 12 december 2006

Notulen Raadscommissie d.d. 12 december 2006

BLOK ALGEMENE ZAKEN EN FINANCIËN
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
dhr P. Dieleman, dhr C.Th. van den Hurk, dhr J.M. van der Torren en dhr H. Vosters
 
Voorzitter: 
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouder:  
burgemeester A.H. Boerma-Van Doorne, wethouder A.C.L. Adema en wethouder F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer
 

1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen van harte welkom.


2. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.


3. Verslag van de vergadering van 24 oktober 2006
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


4. Bespreking agendapunten raadsvergadering d.d. 24 oktober 2006
Agendapunt 5: Voorstel tot vaststellen van nieuwe belastingverordeningen c.q. tarieventabellen 2007
De commissie adviseert unaniem positief.


Agendapunt 6: Voorstel tot vaststelling van de tussenrapportage tot en met oktober 2006
Dhr Van den Hurk ziet weliswaar enige afwijkingen op individuele posten, maar is tevreden met het overschot dat per saldo resteert. Rosendael '74 is tevreden met de tussenrapportage.
Dhr Van der Torren is bezorgd over de tegenvallende opbrengsten uit het begraven, temeer omdat het storm loopt met mensen van buiten Rozendaal op producten als de Dorpsschool, peuterspeelzaal en middelbare school.
De voorzitter vraagt naar de reden van de grote terugval van de hoogte van de mobiele reserves. Wethouder Hoving antwoordt dat de afnames zaken betreffen vanuit het verleden, waarvan de kosten nu in 2006 tot uitdrukking komen.

 
De commissie adviseert unaniem positief.


Agendapunt 7: Voorstel tot vaststelling van de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
Namens het PAK vraagt de voorzitter aan de portefeuillehouder om te bekijken of een regeling mogelijk is waarbij commissie- en raadsleden kunnen verzoeken om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor de kinderoppas tijdens commissie- en raadsvergaderingen.
Burgemeester Boerma vraagt of de overige partijen het verzoek van het PAK steunen.
Dhr Van der Torren en dhr Van den Hurk geven aan dat hun fracties geen behoefte hebben aan een dergelijke regeling .
Burgemeester Boerma antwoordt dat het punt bespreekbaar is, mocht er in een concreet geval behoefte aan zijn.

 
De commissie adviseert positief.


5. Rondvraag
Er zijn geen vragen.


6. Schorsing / Afsluiting blok
De voorzitter schorst de vergadering om 19.15 uur.


BLOK VOLKSHUISVESTING, RO, MILIEU, OPENBARE WERKEN, VERKEER EN VERVOER
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
dhr A. Logemann, mw T. van Raalte-Ratering, dhr J.M. van der Torren (vervangt dhr A.G.H. Koning), dhr M.G.H. Tuit, dhr C. van der Weerd
 
Voorzitter: 
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
wethouder A.C.L. Adema en wethouder F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Afwezig:   
dhr A.G.H. Koning
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer
 

7. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.20 uur en heet de aanwezigen van harte welkom.


8. Toelichting op concept-landschapsvisie door de heer A. Marcelis van het bureau Marcelis Wolak
Dhr Marcelis geeft een korte toelichting op de concept-landschapsvisie.

 
Dhr Logemann heeft het idee dat een wat ongebruikelijke volgorde wordt gehanteerd, omdat normaal gesproken eerst het landschapsontwikkelingsplan wordt opgesteld en vervolgens het bestemmingsplan. Door omstandigheden is deze volgorde in Rozendaal omgedraaid maar de juiste procedures moeten wel gevolgd blijven worden. De raad moet immers ook de kans krijgen om met de visie in te stemmen.
Wethouder Hoving antwoordt dat dit de reden is van de presentatie. Dhr Marcelis heeft kort weergegeven waar men de afgelopen tijd mee bezig is geweest en welke ontwikkelingen op de gemeente afkomen. Het is niet gelukt om in het vierde kwartaal met een concreet voorstel te komen. Zowel voor het bestemmingsplan als voor de landschapsvisie zullen er collegevoorstellen aan de raad worden voorgelegd, waarschijnlijk in het tweede kwartaal 2007.
Dhr Logemann dringt erop aan dat de raad in een eerder stadium een standpunt kan innemen over de landschapsvisie. Wethouder Hoving zegt toe dat de concept-landschapsvisie in januari in de commissie kan worden behandeld.


9. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

 
Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.


10. Verslag van de vergadering van 12 september 2006
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


11. Bespreking agendapunten raadsvergadering d.d. 12 december 2006
Agendapunt 9: Voorstel tot acceptatie van het milieujaarverslag 2006
Dhr Tuit vraagt 1) n.a.v. pagina 8 of het grondwateronderzoek Klinkenberg 1 en 4 nog heeft plaatsgevonden in het milieuprogramma 2006; 2) n.a.v. pagina 9 een toelichting op de term IBA. Wethouder Hoving antwoordt dat het onderzoek heeft plaatsgevonden. De uitslagen komen in de rapportage 2006. IBA staat voor Individuele Behandeling Afvalwater.

 
De commissie adviseert unaniem positief.


Agendapunt 10: Voorstel tot vaststellen van het milieuprogramma 2007
Dhr Logemann waardeert het feit dat Rozendaal een 100% score heeft gehaald bij de professionalisering van de milieuhandhaving en ziet het als een uitdaging voor de komende tijd dat de gemeente deze score zo houdt. Hij betreurt het dat dit bij het milieuprogramma - dat gelijk met de begroting gepresenteerd had moeten worden - niet helemaal is gelukt. Hij constateert dat het college voor volgend jaar een behoorlijke teruggang in het aantal uren verwacht (pagina 13) en meent dat dit te optimistisch is, omdat de vergunningen weliswaar op peil zijn, maar de handhaving noodzakelijk blijft. Hij houdt er derhalve rekening mee dat dit in de loop van 2007 voor een financiële tegenvaller zal zorgen. Tot slot vraagt hij het college te kijken naar een mogelijkheid om de burgers via de gemeentelijke website te informeren over wat zij geacht worden te doen bij een milieu-incident of -ongeval.
Wethouder Hoving antwoordt dat ernaar gekeken zal worden. Een doorverwijzing via de website zou een eenvoudige en praktische oplossing zijn. Het tijdstip waarop het milieuprogramma voorligt, is om een aantal redenen laat, maar het volgend jaar zal het weer samen met de begroting worden gepresenteerd. Hij zal de volgende vergadering terugkomen op de vraag over de teruggang in het aantal uren.
Dhr Tuit vraagt of punt 4.2 Luchtkwaliteit (pagina 9) ook over de fijn stof problematiek gaat. Wethouder Hoving gaat ervan uit dat dit is meegenomen, want het geldt voor het hele gemeentelijke gebied.
Mw Van Raalte vraagt wanneer de bestemmingsplannen geëffectueerd zullen worden. Wethouder Hoving antwoordt dat er de laatste hand aan wordt gelegd. Op 30 januari 2007 staan de bestemmingsplannen op de commissieagenda.

 
De commissie adviseert unaniem positief.


12. Rondvraag
Dhr Van der Weerd wijst erop dat de jonge bomen aan de binnenzijde van de Schelmseweg gebukt gaan onder de kroon van de buitenste rij bomen. De provincie heeft de binnenste rij gesnoeid maar de buitenste rij wordt niet onderhouden. Hij vraagt of dit groenonderhoud wordt meegenomen in het groot onderhoud van de gemeente. Wethouder Adema antwoordt dat het gaat om een provinciale taak. De twee binnenste rijen zijn van de provincie en de twee buitenste rijen zijn van de gemeente; het gemeentelijke onderhoud vindt in 2007 plaats.

 
Mw Van Raalte waardeert het ten zeerste dat de sportvelden voorlopig gebruikt mogen worden door jongeren in Rozendaal. Dhr Logemann sluit zich bij de opmerking van mw Van Raalte aan.


13. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 20.00 uur.


BLOK WELZIJN, SOCIALE ZAKEN, ONDERWIJS, CULTUUR, RECREATIE EN SPORT
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
mw A.M. van den Heuvel, dhr C.T. van den Hurk, dhr B. van der Plas en dhr M.H.M. van Wassenaer, dhr J.M. van der Torren (vervangt mw E.C.T. Bisterbosch-Willart)
 
Voorzitter: 
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
wethouder A.C.L. Adema en wethouder F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Afwezig:   
mw E.C.T. Bisterbosch-Willart
 
Insprekers:   
dhr G. Seijmonsbergen, dhr J.E.B. van Julsingha, mw R. Jansen
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer
 

14. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur.


15. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

 
Ingekomen stukken:
Er zijn geen ingekomen stukken.


16. Verslag van de vergadering van 24 oktober 2006
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


17. Bespreking convenant met de Stichting OOR
Dhr Van den Hurk ziet de opmerkingen die Rosendael '74 heeft gemaakt bij de vorige behandeling van het concept-convenant, adequaat weergegeven terug. De fractie gaat akkoord.
Dhr Van der Torren sluit zich aan bij de opmerkingen van dhr Van der Hurk. De zaken die over de afbouw van de dislocatie zijn besproken, zijn in het convenant opgenomen. De fractie gaat akkoord.
Dhr Van Wassenaer vraagt naar de waarde van een convenant versus een overeenkomst.
Wethouder Hoving antwoordt dat het verschil juridisch niet valt aan te geven. Het gaat bij beide termen om een afspraak.
Dhr Van der Plas stelt dat minister Van der Hoeven zich onlangs heeft uitgelaten over de wenselijkheid van de aanwezigheid van conciërges en klassenassistenten op basisscholen. Hij vraagt wat het college van deze uitspraak vindt en van de rol van de gemeente Rozendaal met betrekking tot  het faciliteren van een conciërge op De Dorpsschool.
Wethouder Hoving antwoordt dat het college van Rozendaal, zo dit door het rijk wordt bekostigd, een conciërge op De Dorpsschool wenselijk vindt, omdat blijkt dat de conciërge een nuttige rol vervult.
Dhr Van der Plas vraagt of de wethouder bereid is om zich hiervoor extra in te spannen.
Wethouder Hoving antwoordt dat het college heeft aangegeven dat de gemeente, zolang de huidige conciërge op De Dorpsschool aanwezig is, dit financieel zal ondersteunen maar niet erna. Het college zal daarna ook geen extra inspanning plegen.

 
De commissie geeft unaniem een positief advies aan het college.
 
Wethouder Hoving merkt op dat het afsluiten van het convenant de bevoegdheid van het college is, maar dat de bespreking met de raad nuttig is geweest. In die zin waardeert hij de brede steun die de fracties hebben gegeven aan de overgang van De Dorpsschool naar de Stichting OOR.


18. Agendapunten raadsvergadering d.d. 12 december 2006:
Agendapunt 11: Voorstel tot standpuntbepaling inzake huisvesting van de Dorpsschool

 
Inspreker: dhr Seijmonsbergen, ook namens mw C. Ratering
Dhr Seijmonsbergen leest de brief voor die ouders van kinderen die op De Dorpsschool zitten, gelezen en ondertekend hebben.
 
Geacht college en gemeenteraad,
Uit het artikel in 'De Gelderlander' van 6 december 2006 maken wij op dat B&W van Rozendaal aansturen op verhuizing van de Dorpsschool naar het terrein van het Rhedens. De argumenten daarvoor zijn vooral financieel van aard, met schaalvergroting (combinatie van basisschool met middelbare school) en de mogelijkheid tot opbrengsten uit de verkoop van grond t.b.v. nieuwbouw op de locatie Steenhoek als belangrijke punten.
Als ouders van schoolgaande kinderen aan de Dorpsschool zijn wij voor het behoud van de Dorpsschool op de huidige locatie. Hiervoor willen wij de volgende argumenten aanvoeren:
De Dorpsschool is centraal gelegen in het dorp en lopend of per fiets goed te bereiken.
Het is een veilige locatie in een bewoonde wijk.
Het is kleinschalig, overzichtelijk en geeft daardoor een geborgen gevoel, met name belangrijk voor de jongere kinderen.
Wij zijn tegen een verhuizing naar het Rhedens. Hierbij spelen met name veiligheids- en welzijnsoverwegingen een rol.
Deze locatie is gelegen aan een drukke doorgaande weg, waardoor het risico op een ernstig ongeluk aanzienlijk toeneemt.
Er zijn geen veilige routes naar deze locatie, waardoor wij onze kinderen pas op late leeftijd zelfstandig naar school kunnen laten gaan. Het autoverkeer zal dientengevolge toenemen.
De locatie is gelegen tegenover een afgelegen bos waardoor het risico van ongewenste incidenten niet uit te sluiten valt.
Tenslotte vinden wij de combinatie met een middelbare school ongewenst. De daaruit voortvloeiende problemen voor de basisschoolleerlingen zijn onvoldoende onderzocht en zouden wel eens tot de aantasting van het welzijn van de kinderen kunnen leiden.
Wij vertrouwen erop dat u bovenstaande argumenten zwaar laat meewegen en het welzijn en de veiligheid van onze kinderen laat prevaleren in de besluitvorming boven de financiële argumenten.
 
Als bijlage treft u een handtekeningenlijst aan waarin door betrokkenen het bovenstaande wordt onderschreven. (Dhr Seijmonsbergen overhandigt de voorzitter de brief met handtekeningenlijst.)
 
De volgende vragen wil ik graag nog aan u ter overweging meegeven.
Waar blijft de identiteit van een dorpsschool als zijnde belangrijk voor een kleine zelfstandige gemeente als Rozendaal?
Daarnaast zingt het inmiddels ook rond dat de peuterspeelzaal zal moeten verhuizen naar het Rhedens en de Torckschool verkocht zal gaan worden. In mijn beleving gaat daarmee een unieke locatie verloren, waardoor weer afbreuk wordt gedaan aan het mooie karakter van Rozendaal. Hoe kan het zijn dat vele gemeenten in Nederlands inmiddels het mislukken erkennen van de brede scholen en dat wij in Rozendaal daar nu aan willen beginnen?
Is de angst voor een goed georganiseerde buurt die tegen de nieuwbouw van een school is, ook een goede raadgever?
Kiest Rozendaal voor een goedkope oplossing of voor een betaalbare en duurzame oplossing waarmee we bereid zijn te investeren in de toekomst van onze kinderen?
Vrijwel iedere ouder, ook de ouders die niet hebben getekend, is het erover eens dat de huidige situatie onacceptabel begint te worden en dat snelle actie niet alleen gewenst maar ook noodzakelijk is, waarbij de prioriteit van het kind met afstand voorop dient te staan.
 
Inspreker: dhr Van Julsingha
Het college is blijkens de Notitie onderwijshuisvesting van oordeel dat de locatie van het Rhedens de meest geschikte locatie is voor nieuwbouw van de Dorpsschool indien het beoogde onderzoek door het Rhedens de haalbaarheid van de voorgestane gezamenlijke aanpak aantoont. Het is prima dat er een onderzoek door het Rhedens komt - de gemeente moet zich daarbij wel realiseren dat zij in het volgrijtuig zit en het Rhedens op de locomotief -  maar m.i. is dat onderzoek enerzijds te beperkt en anderzijds onvoldoende.
Te beperkt omdat de problematiek van de verkeersveiligheid rondom de Kleiberglaan daarin niet aan de orde zal komen. Onvoldoende omdat de mogelijkheid van nieuwbouw bij de Del niet nader wordt onderzocht en al te gemakkelijk is weggeschreven in de notitie.
 
Wat de verkeersveiligheid betreft:
Indien er 2 scholen aan de Kleiberglaan zijn, eventueel een Kulturhus en oude en nieuwe bewoners, bestaat er vanzelfsprekend een verkeersprobleem:
•Leerlingen voor het Rhedens worden met bussen aangevoerd,
•Het Rhedens in Rozendaal telt thans plm. 525 leerlingen en 45 leraren.
•Leerlingen van de basisschool - zeker van de lagere groepen - worden veelal per auto gehaald en gebracht.
•De overige leerlingen van de Dorpsschool en het Rhedens komen per fiets.
•De oude en nieuw te verwachten bewoners brengen ook verkeer met zich mee.
•De Kleiberglaan is een doodlopende weg waar geen mogelijkheid is voor auto's en bussen om te keren. Iedere schooldag staan nu reeds ca. 40 auto's van leraren geparkeerd. Ook al wordt de kruising met de Ringallee aangepast, de te verwachten stroom aan fietsen, auto's en bussen gaat de capaciteit van de Kleiberglaan - ter plaatse van conciërgewoning tot de T-kruising slechts lang 175 m - ver te boven.
 
Met andere woorden de opmerking in de nota dat de verkeersveiligheid in de Kleiberglaan optimaal te regelen is, is te gemakkelijk en niet veel meer dan een slag in de lucht. Indien dus het Rhedens gaat onderzoeken of er naast nieuwbouw voor het Rhedens ook nieuwbouw van de Dorpsschool aan de Kleiberglaan mogelijk zou zijn, zal de gemeente de problematiek van de verkeersveiligheid moeten laten onderzoeken. Alleen indien ook daaromtrent inzicht bestaat kan te zijner tijd een verantwoorde beslissing worden genomen.
 
Wat de afweging van de mogelijkheid om te bouwen bij de Del betreft:
•De verkeersveiligheid bij de Del is overzichtelijker dan bij de Kleiberglaan. Indien de basisschool bij de Del zou komen wordt ook een deel van de verkeersproblematiek bij Kleiberglaan opgelost.  De kosten van verkeersvoorzieningen zij bij de Del lager.
•Bij de Del is naar alle waarschijnlijkheid geen woningbouw mogelijk doch wel bouw van een school. Het van huur vrijkomende terrein is eigendom van de gemeente en wordt dan goed gebruikt.
•Indien de basisschool bij de Del komt blijft er meer ruimte over voor woningbouw aan de Kleiberglaan wat in het belang is van de gemeente.
•Bij de Del kan op eigen grond door de gemeente worden gebouwd. Bij de Kleiberglaan moet gebouwd worden op grond die economisch eigendom is van het Rhedens. Bouwen bij de Del is dus goedkoper. Bovendien bij het bouwen bij de Del is de gemeente de baas en bepaalt de gemeente het tempo, terwijl bij de Kleiberglaan het Rhedens het voortouw heeft. Bouwen bij de Del lijkt eerder mogelijk dan bouwen bij de Kleiberglaan omdat daar de belangen - waaronder dat van financiering - van het Rhedens dominant zijn.
•Een gymvoorziening bij de Del is te combineren met een Kulturhuis. Dit is niet of veel minder het geval bij een gymvoorziening voor het Rhedens en de Dorpsschool gezamenlijk.
•Een gymvoorziening kan bij de Del weliswaar niet gecombineerd worden met één voor het Rhedens, maar niet vergeten mag worden dat zo'n gecombineerde gymvoorziening voor de gemeente ook kosten met zich meebrengt.
 
Algemeen: Anno 2006 wordt de bouw van grote scholencomplexen kritisch bekeken. Er is een tendens om weer te kiezen voor overzichtelijke scholen. De bloei van de huidige Dorpsschool en van het Rhedens aan de Kleiberglaan zou heel wel te maken kunnen hebben met de waardering door de ouders van een overzichtelijke school. De combinatie van een basisschool en een school voor voortgezet onderwijs op één locatie - met grote aantallen leerlingen van sterk uiteenlopende leeftijd als gevolg - is hiermee in strijd.
Planologisch gezien is op een klein terrein 1 school met woningen evenwichtiger dan 2 scholen met woningen.
Conclusie:
Een goede afweging van nieuwbouw hetzij aan de Kleiberglaan hetzij bij de Del is m.i. alleen mogelijk, indien eerst onderzoek wordt gedaan door de gemeente naar de verkeersveiligheid zowel bij bouw aan de Kleiberglaan als bij bouw bij de Del. Daarnaast zal de gemeente nader onderzoek dienen te doen naar de vóór - en nadelen van bouw bij de Del. Eerst indien ook die onderzoeken zijn gedaan, naast het onderzoek in te stellen door het Rhedens, kan m.i. een verantwoorde beslissing worden genomen.
 
Inspreker: mw R. Jansen
Mw Jansen betreurt het dat er sprake is van nieuwbouw op het Rhedens, omdat Rozendaal een klein dorp is waar een kleine school bij hoort. Het zou jammer zijn als de Dorpsschool in de huidige vorm weg zou gaan, alleen maar omdat het financieel aantrekkelijk is, zowel voor de gemeente als voor het OOR.
De Dorpsschool Rozendaal bestaat al een aantal jaren, maar ondanks de structurele rijksbijdrage voor onderhoud, is er weinig onderhoud gepleegd. Rozendaal wil graag jonge mensen in de gemeente hebben. Jonge mensen brengen jonge kinderen met zich mee, die recht hebben op een goede school waar goed onderwijs wordt gegeven. Het is bijzonder jammer dat het geld voor het onderhoud niet gebruikt is.
Zij betreurt het ook dat de bewoners van de Steenhoek die vroeger ook kinderen hebben gehad en  wellicht zelfs ook op de Dorpsschool, nu zeggen dat de Dorpsschool uit de wijk moet vertrekken, omdat zij last hebben van het verkeer. Het is jammer dat deze buurtbewoners niet verder kijken dan alleen naar de overlast van de school en van het verkeer. In goed overleg moet het mogelijk zijn om een oplossing te vinden.

Inspreker: dhr Wieberdink
Dhr Wieberdink heeft zich drie jaar geleden gevestigd in de wijk Kapellenberg, heeft twee jonge kinderen en is bezorgd over de geplande vestiging van de Dorpsschool op Het Rhedens. Aan de vele goede argumenten die hij hiervoor al heeft gehoord, wil hij er slechts één toevoegen in de vorm van de volgende vraag. De Kapellenberg is een aantal jaren geleden gebouwd, met name gericht op de verjonging van Rozendaal. Hij vraagt of het dan logisch is dat de Dorpsschool op de maximale afstand van deze wijk wordt gevestigd, zeker nu sinds kort ook bekend is dat er op de Del een wellicht aantrekkelijk alternatief is.
 
Mw Van den Heuvel  leest de volgende reactie voor:
Bij onze besluitvorming inzake de onderwijshuisvesting wil onze fractie R'74  de overwegingen van diverse belangengroepen betrekken.
Het betreft het standpunt van de omwonenden van de Dorpsschool verenigd in het Comité Rozendoorn. In het kort spitsen de bezwaren zich toe op mogelijke uitbreiding, hoogbouw, de verkeers- en parkeersituatie , bestemming houtwal en plaatsing van noodlokalen.
Daarnaast achten wij het standpunt van de belangrijkste gebruikers van de Dorpsschool, namelijk de ouders en de kinderen van belang voor een goede besluitvorming. Dit is voor ons reden geweest een mailing te verspreiden onder de ouders, waarin we hebben gevraagd hun voorkeur uit te spreken voor een locatie. Hieruit blijkt dat de meerderheid van de ouders de voorkeur heeft voor nieuwbouw op de huidige locatie de Steenhoek. De belangrijkste argumenten zijn: de veilige locatie (in een woonwijk, niet aan een drukke doorgaande weg), het karakter van de school (kleinschalig, overzichtelijk) en de ligging centraal in de dorpskern, dus goed bereikbaar te voet of per fiets. Daarnaast wordt het door velen als uitermate onwenselijk ervaren dat basisscholieren op één locatie komen met middelbare scholieren. Men vreest dat dit ten koste gaat van de sociale veiligheid en het welzijn van de kinderen. Een minderheid van de ouders heeft een voorkeur uitgesproken voor de locatie de Del of het Rhedens.
Dientengevolge vinden wij dat niet zo maar voorbij mag worden gegaan aan nieuwbouw op locatie de Steenhoek, waarbij wij de door het Comité Rozendoorn genoemde bezwaren niet uit het oog willen verliezen.
Het huidige raadsvoorstel is gericht op verhuizing van de Dorpsschool naar het terrein van het Rhedens. Wij vinden het jammer dat de optie nieuwbouw op de Steenhoek hiermee van de baan zou zijn, terwijl een aantal beslissingsparameters nog onvoldoende zijn uitgewerkt. Dit is voor ons aanleiding geweest een amendement in te dienen op het huidige raadsvoorstel standpuntbepaling huisvesting Dorpsschool.
 
Dhr Van den Hurk merkt op dat Rosendael '74 in haar verkiezingsprogramma is uitgegaan van een Dorpsschool op de Steenhoek en dat zij daarbij heeft aangegeven niet bij voorbaat een alternatieve vestigingslocatie uit te sluiten. Rosendael '74 heeft met veel waardering kennis genomen van de thans voorliggende onderwijsnotitie en van het feit dat deze voor het einde van het jaar in de raad ter sprake kan komen. De partij is echter van mening dat een aantal beslissingsparameters in dit stadium nog onvoldoende is uitgewerkt. De fractie sluit niet bij voorbaat de conclusie van het college uit dat het realiseren van een gebouw voor de Dorpsschool op het terrein van Het Rhedens wellicht een goedkoop of het goedkoopste alternatief kan zijn, maar vindt dat de raad, bij een investering voor de komende 40 jaar die het aanzien van de gemeente en van de Dorpsschool zo bepaalt, wellicht niet voor de goedkoopste maar voor een andere, wellicht betaalbare oplossing voor de gemeente zou moeten kiezen.
Rosendael '74 stelt voor om te onderzoeken of nieuwbouw op de Steenhoek haalbaar en betaalbaar zou kunnen zijn. De fractie staat derhalve een verbreding van het beoogde onderzoek voor, zonder het tijdpad daarbij te frustreren, want de gemeente heeft verplichtingen en er moeten besluiten genomen worden. Volgens het tijdpad moeten in het voorjaar 2007 alle parameters bekend zijn op grond waarvan de beslissing genomen moet worden. Rosendael '74 stelt voor het thans voorliggende besluit zodanig te amenderen dat de locatie op de Steenhoek en wellicht ook de locatie op de Del in het onderzoek wordt meegenomen.
 
Dhr Van der Torren geeft de volgende reactie:
Het vertrekpunt voor de onderbouwing van ons standpunt is dat, zoals aangegeven in ons verkiezingsprogramma, in principe op de huidige locatie een volwaardige school voor 8 groepen aanwezig zou moeten zijn. Hiervoor geldt een aantal kwantitatieve en kwalitatieve uitgangspunten. Het minimaal aantal m² bvo voor de bouw van een nieuwe school is 1245 m². Dit is echter exclusief speelplein, fietsenstalling, gymlokaal en eventuele toekomstige voorzieningen voor buitenschoolse opvang.
Wij verwijzen naar het standpunt van het college zoals verwoord in zijn notitie van 6 december. Het gaat de BGR in de eerste plaats om de kwaliteit van de huisvesting voor nu en de komende 30 jaar.
 
Het is mogelijk om op de huidige locatie een school voor 8 groepen te bouwen. Echter, als wij naar de kwaliteit kijken, dan missen wij op de huidige locatie de mogelijkheid voor buitenschoolse opvang en een gymlokaal, direct aan de school verbonden. Ook als in de toekomst door veranderende regelgeving meer ruimtebeslag nodig is, kan het OOR op de huidige locatie hiermee niet uit de voeten.
Ook is het zo dat na de laatste uitbreiding van de Dorpsschool aan de omwonenden, door zowel de BGR als door Rosendael '74, de toezegging is gedaan dat dit de laatste uitbreiding zou zijn. Als de nieuwe Dorpsschool op de Steenhoek gevestigd wordt, betekent dit een toename met 35% van het aantal leerlingen t.o.v. de huidige situatie met bijbehorende extra verkeers (over)last. Alle kwalitatieve voorzieningen zijn, naar ons idee, op de locatie van Het Rhedens wel te realiseren.
Pas na de laatste gemeenteraadsverkiezingen is duidelijk geworden dat Het Rhedens ook nieuwbouw wil realiseren op de huidige locatie. In onze ogen is het momentum om gezamenlijk zowel een goede Dorpsschool als een aantrekkelijke nieuwe middelbare school binnen onze gemeente te realiseren, daar en biedt Het Rhedens hiervoor de beste combinatie van middelen en mogelijkheden. Vanzelfsprekend gaan wij uit van een school met een eigen identiteit voor genoemde 8 groepen. Dientengevolge heeft de BGR een voorkeur voor de locatie Het Rhedens.
De BGR spreekt niet over de Del omdat er een tijdpad verbonden is aan het traject en de locatie de Del wel eens lang zou kunnen gaan duren tengevolge van allerlei procedures.
 
Concluderend vragen wij het college om in samenwerking met Het Rhedens de haalbaarheid te onderzoeken van een nieuwe school op die locatie. Het gaat daarbij niet om één massale school maar om een middelbare school en een basisschool waarbij er ongetwijfeld sprake zal zijn van synergie effecten. Daarnaast willen wij niet afhankelijk zijn van Het Rhedens. Daarom verzoeken wij u in eigen beheer en parallel toch de haalbaarheid te onderzoeken van nieuwbouw op de Steenhoek, zodat, indien de onderhandelingen met Het Rhedens niet het gewenste resultaat opleveren, wij een alternatief achter de hand hebben. Dit laatste om een zorgvuldige afweging mogelijk te maken, maar tegelijkertijd niet onnodig tijd te verliezen.
 
Dhr Van der Plas geeft de volgende reactie:
a. Voorstel tot nieuwbouw van de Dorpsschool.
Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen heeft het PAK actief campagne gevoerd voor de Dorpsschool. Goed onderwijs in een goede school was ons motto. Het PAK wil een goede (zo nodig nieuwe) school van voldoende omvang, zodat de huidige onderwijskwaliteit gehandhaafd blijft. Daarbij
moet natuurlijk rekening worden gehouden met de omwonenden en de verkeersproblematiek rond de school moet, ongeacht de locatie, worden opgelost. Het PAK vindt dat Rozendaal haar inwoners goed onderwijs in een goede school moet bieden, nu en in de toekomst.
 
Het PAK gaat dan ook akkoord met voorstel voor nieuwbouw van de Dorpsschool, waarbij wij de volgende kanttekeningen maken:
•Het convenant met het OOR en het daarin overeengekomen, maximum capaciteit van 224 leerlingen vormen wat ons betreft voldoende basis voor handhaving van de onderwijskwaliteit.
•De verkeersproblematiek is afhankelijk van de nog te kiezen nieuwbouwlocatie en zal in dat kader nader moeten worden onderzocht.
b. Standpunt van het college conform de Notitie onderwijshuisvesting in Rozendaal d.d. 6 december 2006
In de betreffende notitie stelt het college van B&W Het Rhedens voor als locatie voor nieuwbouw van de Dorpsschool. Het PAK wil hierover het volgende zeggen. Het voorstel is voornamelijk ingegeven en gevoed door praktische en financiële motieven. Andere aspecten, zoals sociale veiligheid, verkeerssituatie en eigen identiteit zijn niet verder uitgewerkt en worden slechts globaal meegenomen in de onderbouwing. Het voorstel heeft daardoor een nogal zakelijke insteek, met weinig aandacht voor sociale en maatschappelijke aspecten. De voors en tegens van de verschillende alternatieven zijn moeilijk te kwantificeren en tegen elkaar af te wegen. De keuze die door B&W op basis van de notitie aan ons wordt gevraagd moet daarom voor een groot gedeelte op globale inschattingen en 'buikgevoel' worden gemaakt.
Het PAK is van mening dat de huidige locatie Steenhoek, met name door de centrale ligging in Rozendaal, onze voorkeur zou hebben als er geen beperkingen zouden zijn met betrekking tot deze locatie.
 
Deze beperkingen zijn er echter wel. Bij het bepalen van haar standpunt heeft het PAK daarom de volgende afwegingen gemaakt:
•Locatie De Del achten wij op dit moment geen geschikt alternatief, gegeven de milieuproblematiek en de verwachte lange realisatietijd. Wat ons betreft zijn deze aspecten van doorslaggevend belang om niet voor deze locatie te kiezen.
•Locatie Steenhoek scoort wat ons betreft het best op de punten sociale veiligheid, eigen identiteit, snelheid van realisatie, de bereikbaarheid voor Rozendalers en de eigen identiteit als Rozendaalse school.
•Locatie Het Rhedens komt het beste uit de verf voor wat betreft (algemene) bereikbaarheid, sportfaciliteiten, kosten en de mogelijkheden voor een brede school.
•De verkeersproblematiek is zowel op locatie Steenhoek als Het Rhedens een punt van zorg.
Uit deze afweging mag blijken dat geen van de mogelijke locaties de ideale oplossing is. Het Rhedens en de Steenhoek hebben beide hun voors en tegens. De keuze hangt af van hoe zwaar men bepaalde aspecten laat wegen. Voor de nieuwbouw van een school die zeker 30 tot 40 jaar aan de Rozendaalse bevolking goed basisonderwijs moet bieden is dat geen eenvoudige kwestie.
 
Het PAK heeft alle voors en tegens zo zorgvuldig mogelijk tegen elkaar afgewogen. Op basis van deze afweging heeft het PAK op dit moment de voorkeur om Het Rhedens verder te onderzoeken als nieuwbouwlocatie voor de Dorpsschool. Deze keuze is met name gebaseerd op de betere toekomstvastheid en de mogelijkheid om extra faciliteiten te realiseren, die op de locatie Steenhoek waarschijnlijk niet of nauwelijks mogelijk zijn. Deze potentiële voordelen moeten echter wel gerealiseerd kunnen worden. En, zoals gezegd, is de locatie van Het Rhedens niet ideaal. Voor de minpunten van Het Rhedens moeten goede oplossingen worden gevonden. Het PAK wil dan ook dat bij het onderzoek de volgende zaken worden meegenomen:
•Behoud van eigen identiteit van de Dorpsschool, met name door een eigen ingang en een eigen, duidelijk begrensd terrein dat bij voorkeur niet direct grenst aan Het Rhedens (scheiden van de populaties Rhedens en Dorpsschool).
•Maatregelen om de sociale veiligheid te waarborgen of te verbeteren.
•Maatregelen voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid (ook vanuit Rozendaal).
•Mogelijkheden voor huisvesting BSO, peuterspeelzaal en kapel en deze te koppelen aan een visie op een eventuele brede school.
•Eisen en wensen van het OOR.
Indien één of meer van deze aspecten niet afdoende kan worden ingevuld, kan dat voor het PAK reden zijn om haar voorkeur te heroverwegen.
Voor alle duidelijkheid: het PAK gaat niet akkoord met eventuele bouwplannen op het naastgelegen terrein dat nu in handen is van de gemeente Rheden.
Het PAK is er voorstander van om een parallel onderzoek naar de locatie van de Steenhoek te starten.
 
Wethouder Hoving bedankt de insprekers voor hun reacties en de fracties voor hun heldere overwegingen, dilemma's en betogen. Het college heeft nadrukkelijk alle argumenten die de insprekers naar voren hebben gebracht, gewogen, maar heeft op basis van deze overwegingen gemeend de raad te moeten voorstellen om de Steenhoek te verlaten en naar Het Rhedens te gaan. De Steenhoek zou een optie kunnen zijn, Het Rhedens zou een optie kunnen zijn en wellicht de Del ook. Echter, aan de locatie van de Del kleeft een aantal milieubeperkende bezwaren. Het gaat te ver om te zeggen dat de Dorpsschool nooit mogelijk zou zijn op de Del, maar voor zover zaken op dit moment ingeschat kunnen worden, lijkt het niet haalbaar te zijn binnen drie jaar. De provincie ziet hierin in ieder geval een lange weg te gaan vanwege de planologische procedures, maar hoe lang de weg precies zal zijn, is in dit stadium niet aan te geven. Hij beluistert dat de hele commissie vraagt om het onderzoek niet te beperken tot Het Rhedens, maar om het breder te trekken naar de huidige locatie. Het is mogelijk om beide opties te onderzoeken, maar dat zal extra kosten met zich meebrengen.
 
Dhr Van der Torren vindt het prima om beide opties te onderzoeken, maar men moet toch realistisch zijn en kijken wat haalbaar is. Als op de Steenhoek op een geforceerde manier een school wordt neergezet en men loopt heel snel tegen grenzen aan, is het de vraag of men de kwaliteiten die men aan een school mag toedichten, wel haalt. De belasting van de omgeving wordt aanzienlijk groter, omdat de Dorpsschool straks geen 160 maar 224 leerlingen zal tellen. Als nieuwbouw op de Steenhoek mogelijk is, heeft het de voorkeur van de BGR, maar de fractie is bang dat het zeker op de lange termijn niet de oplossing zal zijn.
Dhr Van der Plas meent dat een parallelonderzoek de gegevens en parameters zal leveren op basis waarvan de keuze objectief en goed gemaakt kan worden.
Dhr Van den Hurk vraagt de wethouder om na te gaan in hoeverre er daadwerkelijk planologische vertragingen en procedures en milieubeperkende bezwaren zullen zijn in relatie tot de locatie De Del.
 
Wethouder Hoving antwoordt dat een aantal zaken op De Del zullen spelen waarvan het niet duidelijk is in hoeverre ze tot vertraging zullen leiden. Wat hem betreft is het mogelijk om de locaties Steenhoek en Het Rhedens te onderzoeken waarbij in diezelfde periode bestuurlijk gekeken wordt welke belemmeringen er vooral op het gebied van fijn stof en geluid zijn op de locatie De Del. De Del zou dan niet worden meegenomen als een derde, volwaardige optie, maar het onderzoek zou dienen om de vragen die erover zijn, te kunnen beantwoorden.
Dhr Van der Torren merkt op dat het onderzoek van De Del hoe dan ook zinvol is, of er een school op wordt gebouwd of niet. Het onderzoek zou kunnen uitwijzen welke andere mogelijkheden er te realiseren zijn.
De voorzitter pleit er namens het PAK voor om het milieuonderzoek naar de mogelijkheden van de Del snel uit te voeren opdat, mochten er zodanige bezwaren zijn in de Steenhoek en Het Rhedens, de locatie De Del als een volwaardige schoollocatie kan worden meegenomen.
Dhr Van den Hurk merkt op dat Rosendael '74 de houding van de wethouder waardeert. Hij hoopt dat het onderzoek de parameters zal opleveren, die nodig zijn om een goede afweging te maken.
 
De commissie concludeert dat het stuk rijp is voor behandeling in de raad.
 
Inspreker: Dhr Kühne zegt dat rekenmodellen van de locatie De Del uitwijzen dat de plek gewoon te smerig is. De normeringen worden daar ruim overschreden. Zolang er geen overkapping is, is de bouw van een school daar onmogelijk.
 
Inspreker: Mw Van Raalte begrijpt van dhr Van der Torren dat de BGR tijdens de verkiezingen niet duidelijk wist dat Het Rhedens nieuw ging bouwen, dat de partij volgens haar verkiezingsprogramma wilde dat de Dorpsschool op de plek van de Steenhoek moet blijven, maar dat de BGR nu aangeeft dat de Dorpsschool toch beter richting Het Rhedens kan gaan omdat de beschikbare ruimte op de Steenhoek te klein is. Behalve het feit dat Het Rhedens nieuw gaat bouwen, waren alle overige argumenten ook al bekend vóór de verkiezingen. Zij hoopt dat er snel duidelijkheid komt over de parameters en welke parameters hoe zwaar wegen.


19. Rondvraag
Dhr Van der Plas vraagt of er afspraken zijn gemaakt over het gebruik van de sportfaciliteiten van Het Rhedens en of er vanaf zomer 2007 noodvoorzieningen getroffen moeten worden. Wethouder Hoving antwoordt dat er rekening mee gehouden moet worden dat er vanaf augustus 2007 geen gymonderwijs meer in de lokaliteiten van het Rhedens gegeven kan worden. Men is al bezig geweest met het zoeken naar alternatieven voor het gymonderwijs. Een en ander zal afhankelijk zijn van de toeloop die Het Rhedens heeft in leerlingenaantallen en het daarmee gepaard gaande gebruik van de gymfaciliteiten.


20. Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 21.10 uur.


Uitgelicht


Zoeken