Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Gemeentebestuur / Raadscommissie / Notulen / Notulen 2007 / Notulen Raadscommissie d.d. 24 april 2007

Notulen Raadscommissie d.d. 24 april 2007

BLOK ALGEMENE ZAKEN EN FINANCIËN
 
Aanwezig:

Commissieleden: 
dhr P. Dieleman, dhr C.Th. van den Hurk, dhr J.M. van der Torren en dhr H. Vorsters
 
Voorzitter:  
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
burgemeester A.H. Boerma-Van Doorne, dhr F.R. Hoving, dhr A.C.L. Adema
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen-Verkroost
 


1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen van harte welkom.


2. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.


3. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


4. Bespreking agendapunten raadsvergadering d.d. 24 april 2006
Agendapunt 6: Voorstel tot vaststelling van de uitgangspunten van de begroting 2008 en de meerjarenbegroting 2009-2011

 
Met betrekking tot pagina 2 Financieel-technische uitgangspunten vindt dhr Vosters het opmerkelijk dat de groei van het aantal inwoners naar 2011 en de groei van de woonruimte zo nauwkeurig staan aangegeven.
Wethouder Hoving antwoordt dat voor volgend jaar veel zaken gelijk blijven aan hetgeen bij de huidige begroting voorligt. Aangezien er voor deze avond ook nog een punt bouw Dorpsschool met mogelijke woningbouw op de agenda staat, heeft hij gemeend de vrijheid te kunnen nemen om het te verwachten aantal woningen alvast wat op te schroeven evenals het aantal inwoners. Daarbij is rekening gehouden met eenpersoonshuishoudens.
 
Dhr Vosters vraagt of de wijzigingen cursief in de tekst aangebracht kunnen worden. Wethouder Hoving zegt dit toe. Wellicht zal in de komende jaren nóg meer op hoofdlijnen worden aangegeven welke uitgangspunten het college voorstelt om bij het opstellen van de begroting te hanteren.
Dhr Dieleman stelt dat de BGR geen opmerkelijke verschillen ziet met de uitgangspunten van voorgaande jaren en er derhalve mee akkoord gaat. Aansluitend bij hetgeen dhr Vosters heeft gezegd, zou de BGR graag een korte samenvatting van de financiële risico's en kansen willen zien, wellicht gekoppeld aan beleidswensen en -richtingen van het college. Wethouder Hoving antwoordt dat in de  jaarrekening, die de raad in juni zal behandelen, in gegaan zal worden op de risico's die te verwachten zijn en welke daarvan structureel zijn en welke incidenteel.
Dhr Korstanje stelt de raad voor om het college opdracht te geven om een begroting te maken die sluitend is. De heren Van den Hurk en Van der Torren geven aan dat dit voor hen uitgangspunt is. Wethouder Hoving antwoordt dat het college streeft naar een sluitende begroting.
 
De commissie adviseert positief.
 
Agendapunt 7: Voorstel tot het vaststellen van een (nieuwe) gemeenschappelijke regeling Stadsregio Arnhem Nijmegen
Dhr Dieleman gaat akkoord met het voorstel. De BGR heeft het volste vertrouwen in de Rozendaalse vertegenwoordiger in de regio.
Dhr Van den Hurk sluit zich gaarne aan bij voorgaande spreker. Met betrekking tot artikel 1 vraagt hij of de gemeente bij deze regeling bevoegdheden overdraagt aan de stadsregio die de gemeente nu zelf heeft of dat het gaat om bevoegdheden die de provincie overdraagt. Burgemeester Boerma licht toe dat het KAN-gebied van oorsprong een gemeenschappelijke regeling is, hetgeen een samengaan inhoudt van een aantal lokale besturen. De provincie heeft daar geen rol in. De bevoegdheden die het betreft, zijn gemeentelijke bevoegdheden die overgedragen worden aan de gemeenschappelijke regeling. De wijziging is nodig, omdat het KAN een stadsregio geworden is, dus een WGR-plus gebied. Het betekent dat de regio meer bevoegdheden heeft die ook wettelijk verankerd zijn. Alle twintig deelnemende gemeenten geven een aantal bevoegdheden uit handen op terreinen van verkeer en vervoer en volkshuisvesting. De gemeente Rozendaal heeft dit destijds gedaan toen zij zich aansloot bij de gemeenschappelijke regeling. Het heeft de gemeente nooit windeieren gelegd, want zij dankt al haar rotondes aan een forse co-financiering vanuit de stadsregio.
 
Dhr Korstanje vraagt in hoeverre de gemeente of de burgers in de regio nog invloed hebben op dit lichaam. Burgemeester Boerma antwoordt dat het kabinet heeft gezegd dat de gemeenschappelijke regeling buiten de dualisering valt. Dit betekent dat er sprake is van een getrapte afvaardiging en dat in de stadsregioraad niet alleen gekozen maar ook benoemde bestuurders zitten. Als de dualisering van toepassing zou zijn, zouden er alleen gekozen vertegenwoordigers kunnen zitten. De stadsregio communiceert met de gemeenteraden door alle stukken aan de raad toe te sturen en de gemeenteraadsleden kunnen hun vertegenwoordiger aanspreken op zaken die in de stadsregioraad spelen. Vervolgens heeft de stadsregioraad reguliere consultatieronden met de deelnemende gemeenten. Verder hebben ook de gekozen bestuurders zitting in de commissies. Op al deze manieren tracht men de democratische vertegenwoordiging waar te maken, maar het blijft een feit dat er een deficit ligt.
 
Dhr Van den Hurk vraagt of de gemeente Rozendaal autonoom blijft in het vaststellen van bestemmingsplannen. Burgemeester Boerma antwoordt dat het vaststellen van bestemmingsplannen een gemeentelijke aangelegenheid is, maar daaronder ligt een structuurvisie die is opgesteld door de stadsregio.
Dhr Van den Hurk vraagt waarom het voorstel voorligt en of er de mogelijkheid is om niet mee te doen. Burgemeester Boerma antwoordt dat de aanleiding dat het stuk voorligt, het feit is dat de WGR-regeling een WGR+ is geworden. Daarom moest er een nieuwe gemeenschappelijke regeling komen en daarom is een aantal zaken wat aangescherpt. De gemeente Rozendaal heeft uiteraard de vrijheid om uit te treden, maar daaraan hangt een fors uittreedbedrag.
 
De commissie adviseert positief.


6. Rondvraag
Er zijn geen vragen.


7. Schorsing / Afsluiting blok
De voorzitter schorst de vergadering om 19.20 uur.


BLOK VOLKSHUISVESTING, RO, MILIEU, OPENBARE WERKEN, VERKEER EN VERVOER
 
Aanwezig:

Commissieleden:
 
dhr M.G.H.Tuit, mw T. van Raalte-Ratering, dhr C. van der Weerd, dhr A.G.H. Koning, dhr A. Logemann
 
Voorzitter:  
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen-Verkroost
 

7. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.25 uur.


9. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Naar aanleiding van pagina 5:
Omdat de BGR het initiatief zou nemen om het afkoppelen te stimuleren, stelt dhr Koning voor om eerst een werkbezoek af te leggen bij het Waterschap Rijn en IJssel. Raad, college en ambtelijke organisatie zijn welkom en men krijgt er begin mei bericht over. Wethouder Adema neemt het voorstel graag over.
Mw Van Raalte vraagt naar de stand van zaken van de parkeerruimte bij de kliniek. Wethouder Adema antwoordt dat het college het tweede voorstel van de kliniek heeft teruggestuurd met het advies om het aan te passen en met het verzoek om de wijzigingen opnieuw in te dienen. In eerste instantie was hier geen deadline aan verbonden, in tweede instantie wel. Hij zal de raad hierover op 19 juni rapporteren.

 
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


10. Bespreking agendapunt raadsvergadering d.d. 24 april 2007
Agendapunt 8: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet voor de renovatie van speelplaats Vossenberglaan/De Genestetlaan

 
Dhr Van der Weerd merkt op dat de BGR positief staat tegenover het voorstel met de volgende opmerkingen dat het beheer en onderhoud in de toekomst voldoende aandacht zal krijgen, dat er in de planuitvoering voldoende aandacht blijft voor het openbaar groen en dat het bedoeld is voor de jongste kinderen in de directe omgeving.
Mw Van Raalte sluit volledig aan bij hetgeen dhr Van der Weerd heeft gezegd. 
Dhr Logemann zegt dat ook het PAK positief staat tegenover het voorstel en waardering heeft voor de inzet van de ouders die bij de planvorming betrokken zijn.
Wethouder Adema antwoordt dat hij heeft geconstateerd dat de gemeente Rozendaal een aantal van dit soort speelvelden heeft en dat het onderhoud ervan in de begroting niet gedekt is. Hij is voornemens om vanaf 2008 structureel een budget hiervoor in de begroting op te nemen, zodat kapotte speeltoestellen vervangen of gerepareerd kunnen worden. Het beheer vanuit de buurt is de afgelopen jaren stil blijven liggen, omdat de behoefte aan het speelveld minder was. Met de huidige bewoners is het beheer besproken en hij heeft er alle vertrouwen in dat zij het beheer goed zullen oppakken.
 
De commissie adviseert positief.


11. Rondvraag
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.


12. Schorsing
De voorzitter schorst de vergadering om 19.30.


BLOK WELZIJN, SOCIALE ZAKEN, ONDERWIJS, CULTUUR, RECREATIE EN SPORT
 

Aanwezig:

Commissieleden: 
mw E.C.T. Bisterbosch-Willart, mw A.M. van den Heuvel, dhr C.T. van den Hurk, dhr B. van der Plas en dhr M.H.M. van Wassenaer
 
Voorzitter: 
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen - Verkroost
 


14. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.35 uur.


15. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

 
Ingekomen stukken: Management Informatie Rapportage Rozendaal 2006
Dhr Korstanje vraagt een toelichting op de zinsnede "een positieve bijdrage is de publiciteit" en verzoekt om meer publiciteit het komende jaar, zodat iedereen weet waar hij recht op heeft. Wethouder Adema antwoordt dat de gemeente vorig jaar wel degelijk publiciteit heeft gegeven aan de wijziging van de beleidsregels. Het is op 30 maart 2006 gepubliceerd in 'De Roos' en ook dit jaar zal er weer een uitgebreid artikel worden opgenomen. Het aantal mensen dat in Rozendaal bijstand geniet en/of langdurig minimumloon heeft en voor de regeling in aanmerking komt, is in 2006 teruggegaan van 6 naar 1 en van 1 weer opgelopen naar 4.


15. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Naar aanleiding van pagina 9:
Dhr Van Wassenaer merkt op dat uit het antwoord van wethouder Adema dat in het verslag is opgenomen, niet duidelijk blijkt of er tegenover de subsidie die aan de stichting Thuiszorg is verleend, een dienst staat waar de gemeente een beroep op kan doen. Wethouder Adema antwoordt dat het antwoord in de notulen opgenomen zal worden. Het betreft de portefeuille van de burgemeester.

 
Antwoord:
STMG legt verantwoording af over de subsidie die de organisatie van de gemeente ontvangt.
Het jaarverslag 2006 wordt ter inzage gelegd voor de commissie van 19 juni 2007.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.


16. Agendapunten raadsvergadering d.d. 24 april 2007
Agendapunt 9: Voorstel tot locatiekeuze voor de bouw van een nieuwe Dorpsschool
Inspreker: dhr Schulkes, lid van comité Rozendoorn en omwonende van de huidige Dorpsschool.
Dhr Schulkes dankt het college omdat het op verzoek van de raad een uitgebreide studie heeft laten doen naar de meest wenselijke locatie voor de nieuw te bouwen Dorpsschool. In een van de vorige raadsperiodes is besloten om op de Steenhoek geen grotere, nog hogere school te bouwen en de huidige raad heeft gekozen voor nieuwbouw. Omdat Rozendaal verplicht is om een eigen openbare basisschool te hebben die een grote investering zal vergen, moet deze niet gebouwd worden op een te krappe locatie gezien de huidige en toekomstige eisen op het gebied van voor-, tussen- en naschoolse opvang, waaraan een school moet voldoen.
Comité Rozendoorn is nooit tegen de Dorpsschool aan de Steenhoek geweest, maar is wel tegen een grotere en hogere school op de huidige locatie. Elke keuze van het college en de door de bevolking gekozen raadsleden zal deels op instemming en deels op enige tegenstand stuiten, maar gezien de mogelijkheden op de locatie de Del waar een ruimere, moderne school gebouwd kan worden, waar amper verkeersoverlast zal ontstaan en waar een groot deel van de huidige leerlingen uit het dorp vandaan komt, is deze locatie een heel goede keuze. Dit in tegenstelling tot de huidige locatie waar de verkeersoverlast tot bijna ondraaglijke proporties is uitgegroeid in de loop van de afgelopen 35 jaar. De acht of tien noodlokalen zullen waarschijnlijk ook geplaatst moeten worden op de Del, als op de Steenhoek een nieuwe school gebouwd zou worden.
Hij complimenteert het college met haar besluit en hoopt dat de raad een wijs besluit zal nemen.

 
Inspreker: dhr P. Boonk, voorzitter van de Medezeggenschapsraad van de Dorpsschool Rozendaal.
Dhr Boonk stelt dat de medezeggenschapsraad blij is dat de raad in december heeft besloten tot nieuwbouw, want ook de medezeggenschapsraad is al jaren bezig te ijveren voor een nieuwe school op één locatie. Tot het moment dat dit besluit genomen was, heeft de MR zich niet zozeer bezig gehouden met de vraag wáár die nieuwe school dan zou moeten komen. De MR wil de mening van de ouders en de leerkrachten verwoorden, want deze is van belang omdat ouders gezien kunnen worden als klanten van de Dorpsschool en leerkrachten als leveranciers van het onderwijs.
De conclusie is vrij eenduidig. De leerkrachten kiezen massaal voor de Steenhoek als wenselijke locatie en met name de ouders van kinderen in de onderbouw kiezen massaal voor de Steenhoek als locatie. De argumentatie is de unieke centrale ligging in het dorp Rozendaal waarbij de identiteit van de school maar ook van het hele dorp Rozendaal het meeste gebaat is.
Tegen een keuze voor de Del, hoewel dit niet betekent dat het een tegenstem is die leidt tot de keuze van de Steenhoek, geldt het argument dat men toch geen school langs een snelweg gaat bouwen, en helemaal niet als dit dorp het groenste dorp van Europa is. Tegen 't Rhedens pleiten dezelfde argumenten waarbij voor 'een snelweg' gelezen dient te worden 'een middelbare school met 500 à 600 leerlingen'.
De MR begrijpt dat er ook gevoel en emotie aan de keuze ten grondslag liggen, maar aan de andere kant kiezen ouders ook met gevoel en emotie voor een school op een bepaalde plek. Het is in ieder geval duidelijk dat alle ouders van de huidige leerlingen bewust gekozen hebben voor een school in Rozendaal op de locatie de Steenhoek en dit doen ze nu massaal weer. Evenals de leerkrachten.
 
Inspreker: mw Misat, omwonende van de Dorpsschool aan de Vossenberglaan.
Mw Misat zegt dat er wordt aangegeven dat er een parkeeroverlastprobleem is, maar velen hebben daar, net als zijzelf, geen last van. Sterker nog, er zijn veel omwonenden die het leuk vinden dat er veel kinderen in de buurt zijn en blij zijn met de vrolijkheid, actie en dynamiek van een basisschool in de wijk.
Het is voorstelbaar dat mensen zich ergeren aan het gedrag van een aantal personen, dat echter gezien moet worden als een uitzondering. Het zou jammer zijn als dit een doorslaggevende factor zou zijn op de keuze.
 
Inspreker: mw Kemkes, woonachtig aan de Mr. van Hasseltlaan
Mw Kemkes vraagt zich af of de parkeerdrukte die er thans bij de Dorpsschool is, niet verplaatst wordt naar de Mr. van Hasseltlaan en de Del. Op die locaties is ook veel verkeer dat soms erg hard rijdt. Dit kan voor kinderen op de fiets heel gevaarlijk zijn. Zij is bang dat dit voor nog meer mensen een argument is om met de auto te komen.
 
Dhr Van Wassenaer: De BGR beschouwt dit onderwerp als wellicht het belangrijkste dat deze raadsperiode geagendeerd zal worden. Daarom hebben wij de afgelopen maanden veel over dit onderwerp nagedacht en gesproken en zoveel mogelijk informatie verzameld. Niet alleen met elkaar maar ook met omwonenden, ouders, andere bewoners van Rozendaal, leden van het college, specialisten op diverse terreinen. Het college vraagt ons te kiezen op basis van de drie voorgelegde locaties. Na evaluatie van andere mogelijkheden die er wellicht nog zijn, denken wij ook dat deze drie de meeste kansen bieden. Elk van de drie locaties heeft specifieke voor- of nadelen. De BGR heeft getoetst op circa 28 randvoorwaarden per locatie. Afwegingen ten aanzien van milieuaspecten (geluid & luchtkwaliteit), verkeersveiligheid, invloeden op de directe omgeving van de school, toegankelijkheid tot de school, geborgenheid, speel- en sportmogelijkheden, recente maatschappelijke ontwikkelingen (buitenschoolse opvang, wel/geen klassikaal onderwijs), de financiële kansen en bedreigingen, de realisatietermijnen; deze zijn noodzakelijk en zijn weloverwogen gemaakt. Gezien de hoge bouwkosten, zal financiering van de nieuwe school niet zonder grote consequenties uit de bestaande reserves kunnen plaatsvinden. Daardoor is ontwikkeling van gronden in Rozendaal voor huizenbouw onvermijdelijk en daarmee een ontbindende voorwaarde.
 
Algemeen: De BGR heeft de volgende uitgangspunten bij de locatie keuze.
•kwalitatieve goede huisvesting
•voor de komende 30 -40 jaar.
•een dorpsschool met een eigen Rozendaalse identiteit
•en een veilige en vertrouwde omgeving.
Uiteraard kunnen wij daarbij alleen de hedendaagse normen in acht nemen. Hoe de wereld er in 2040 uitziet en aan welke kwaliteitsnormen een gebouw voor basisonderwijs dan moet voldoen, is zelfs voor de BGR-strategen onbekend. Daarbij zij vermeld dat de wensen voor de inrichting van het gebouw vooral door het bevoegd bestuur (voorheen OOR) worden bepaald en buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Daartoe hoort ook de buitenschoolse opvang. BGR is overigens van mening dat de vastgelegde 1245 m² bvo bij een maximum van 224 leerlingen veel ruimte biedt om aan dergelijke wensen tegemoet te komen.
Voor wat de gymvoorziening betreft is de BGR van mening dat deze gewenst is uit het oogpunt van kwaliteit van onderwijs, maar dat, wegens de zeer geringe benutting van 9 klokuren, deze niet in eigen beheer door ons moet worden gebouwd. Wel denkbaar is samenwerking met derden.
 
Specifiek voor de 3 locaties vindt de BGR dat
voor Het Rhedens geldt:
•een mooie locatie met bestemming school, goed bereikbaar per auto, minder goed per fiets, met mogelijke synergievoordelen en voldoende ruimte voor een volwaardige kwalitatieve goede basisschool.
•grote aandachtspunten zijn: de verkeersveiligheid, de eigen identiteit van een basisschool, in mindere mate de milieueisen en de daadwerkelijk te behalen synergievoordelen.
•Echter en uniek voor deze optie is dat de 2 partijen, te weten de gemeente Rozendaal en Het Rhedens goed met elkaar moeten kunnen samenwerken. Zij moeten elkaar kunnen vinden en in goede harmonie het project gezamenlijk opstarten. De een kan niet zonder de ander.
•Het is een complex project; eerst moeten er gemeenschappelijke uitgangspunten worden afgesproken waar de Rozendaalse belangen in gewaarborgd kunnen worden. Er ligt op dit moment geen planning op tafel en de financiële doelstellingen van het Rhedens zijn onduidelijk.
•De BGR ziet de bouw van het Rhedens en de ontwikkeling van woningen als separate Rozendaalse projecten. Een gelijkwaardige samenwerking met het Rheden is hierbij het uitgangspunt.
De BGR is derhalve van mening dat deze optie te onduidelijk is en ziet op dit moment af om de locatie "Het Rhedens" serieus mee te nemen in de overwegingen.
 
Voor De Steenhoek geldt;
•een locatie midden in het huidige dorp met bestemming school, een terrein waarop een net volwaardige kwalitatieve goede basisschool gebouwd kan worden (met behoud van de houtwal), een sociaal veilige omgeving en een school met een duidelijke eigen identiteit en, hoewel de provinciale weg ook hier nabij is, uit milieuoogpunt het best van de drie.
•Echter, een school waar geen gymvoorziening gebouwd kan worden en toekomstige uitbreidingen voor bijv. buitenschoolse opvang veel lastiger of niet te realiseren zijn. Een school waar de omgeving reeds nu verkeershinder van ondervindt terwijl deze bij ongewijzigd beleid alleen maar zal toenemen.
Groot nadeel van deze locatie is dat de verkeersproblematiek zich niet makkelijk laat oplossen en dat het kostenplaatje duidelijk hoger ligt, ondermeer vanwege de noodzaak om gedurende de bouw elders een tijdelijke school in te richten en er mogelijk facilitaire ruimtes in een souterrain gebouwd moeten worden, gezien de beperkte ruimte. Het staat voor deze locatie vast dat elders een gymvoorziening getroffen moet worden.
Kortom, een kwalitatieve oplossing op de locatie Steenhoek is moeilijk realiseerbaar.
 
Voor De Del geldt:
•een mooie locatie, met mogelijke synergievoordelen en een terrein waarop een volwaardige kwalitatieve goede basisschool met een eigen identiteit gebouwd kan worden. Als er woningen gebouwd worden ligt deze locatie in de directe nabijheid van het nu reeds grootste Rozendaalse voedingsgebied te weten de Kapellenberg. Biedt in potentie ruimte voor toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen en gymvoorziening.
•er blijven een aantal grote aandachtspunten welke zijn: in sterke mate de milieu-eisen, de mogelijke planschade, de verkeersveiligheid in combinatie met de bereikbaarheid, en de daadwerkelijk te behalen synergievoordelen.
Uniek voor deze locatie is de nabijheid van de A12. Geluid en fijnstof zijn de belangrijkste thema's. De BGR wil ervan overtuigd zijn dat keuze voor de Del niet resulteert in gezondheidsproblemen voor de leerlingen over een aantal tientallen jaren, uiteraard gebaseerd op de best beschikbare gegevens. De door het college verstrekte onderzoeksrapporten en aanvullende informatie over de voorgenomen maatregelen bij de aanstaande verbreding van de A12 lijken geen belemmering daarvoor aan te dragen, maar geven ook niet op alle vragen antwoord. Voor de BGR is deze problematiek een "go - no go" zaak,  dus ook een ontbindende voorwaarde  
Wij zijn ons ervan bewust dat een besluit niet altijd pas genomen kan worden nadat alle aspecten 100% duidelijk zijn. Anderzijds is het onderwerp te belangrijk om aannames in te bouwen die van doorslaggevend belang zijn. Derhalve komen wij op dit moment tot de volgende conclusie en voorstellen: 
 
De BGR onderschrijft dat de door het college geprevaleerde locatie De Del de beste kansen geeft op een veilige en kwalitatief volwaardige huisvesting voor de Dorpsschool en stelt daarom voor een positief advies aan de raad uit te brengen op het ingediende voorstel, onder de volgende voorwaarden:
1. Het college dient deze locatie verder uit te werken in een uitvoeringsplan en dat aan de commissie en raad ter goedkeuring voor te leggen.
Bij de uitwerking van dat plan vragen wij speciale aandacht voor:
•een integraal projectmatige aanpak met een planning van de deelprojecten met hierin verwoord de aandacht voor aanpak van de wegingsfactoren
•de geluid- en luchtkwaliteit en de eventueel daarvoor te nemen maatregelen. Onderdeel daarvan zijn de volgende verzoeken:
1. BGR verzoekt het college om een harde toezegging en concretisering van RWS dat zij ter plaatse maatregelen nemen die binnen uiterlijk 4 jaar leiden tot een verantwoord niveau van geluid en lucht-kwaliteit op de beoogde bouwlocatie, voor zowel een school als voor woningen, gegeven de huidige situatie ter plaatse (verdieping A12, begroeiing, etc.). Uitgangspunt is dus een resultaatverplichting en niet een inspanningsverplichting.
2. BGR verzoekt om een opgave van de aannames welke aan de berekeningen van RWS ten grondslag liggen.
3. BGR verzoekt het college opnieuw om de gemaakte berekeningen op het gebied van geluid en luchtkwaliteit op locatie te toetsen met voldoende metingen door een onafhankelijke en gezaghebbende instantie en de resultaten voor advies voor te leggen aan VROM.
•een veilig verkeersplan naar en rondom de Del inclusief de kosten daarvan
•mogelijkheden van woningbouw ter financiering van de bouw van de nieuwe Dorpsschool en de overige te treffen voorzieningen en ter dekking van de daarvoor anderszins gemaakte of te maken kosten
•voorstellen betreffende voorziening van het gymnastiekonderwijs.
Indien aan de milieueisen, de veiligheid of de financiële kaders niet kan worden voldaan, wenst de BGR fractie de mogelijkheid om de Del als locatie alsnog te laten vervallen.
Wij gaan er voor als nog van uit dat realisatie op de Del mogelijk is en zijn dan ook van mening dat dit een positieve ontwikkeling voor de Rozendaalse gemeenschap zal zijn.
De BGR realiseert zich dat het college weinig tijd heeft gekregen om de veelheid van complexe informatie te verzamelen en dat verdere detaillering op enkele punten nog gewenst is. De BGR complimenteert de wethouder echter met het complete en goed onderbouwde verhaal.
 
Dhr Van den Hurk stelt dat Rosendael '74 in haar verkiezingsprogramma heeft geschreven dat zij voor een openbare basisschool zijn op de Steenhoek, tenzij zich onverwachte ontwikkelingen zouden voordoen die op het moment van het schrijven van het verkiezingsprogramma niet te voorzien waren.
Dit kunnen ontwikkelingen van financiële aard zijn maar ook een ontwikkeling die Rosendael '74 toen niet heeft voorzien, namelijk een aanzienlijke groei van de omvang van de school, zoals die thans wordt voorzien met daarbij het toenemende autoverkeer en drukte in de buurt. Het feit dat het gemeentebestuur in de onderhandelingen met het OOR gedwongen was akkoord te gaan met een school van 224 leerlingen in plaats van de huidige 175, is toch een feit dat Rosendael '74 heeft aangezet om over alternatieve plannen na te denken.
 
Het college heeft daarbij twee alternatieven voorgelegd: het Rhedens en de Del. Rosendael '74 is nooit zo'n voorstander geweest van de locatie het Rhedens, gezien de moeilijkheden voor kleine kinderen om er überhaupt te kunnen komen op de fiets of te voet. Een probleem dat ook de politie heeft onderstreept. De politie kwalificeert de veiligheid van het Rhedens als de minste. Een groot bijkomend probleem bij het bouwen op de locatie van het Rhedens is dat de gemeente daarbij volstrekt afhankelijk is van het schoolbestuur van het Rhedens. De gemeente heeft daar geen enkel initiatief en kan alleen maar afwachten totdat deze andere partij iets doet en daarop reageren. De uitkomsten van dat soort processen zijn volstrekt ongewis en kunnen jaren duren. Dit is voor Rosendael '74 reden om het Rhedens maar te laten voor wat het is.
Rosendael '74 onderschrijft de visie van B&W dat de nieuwbouw van het Rhedens en de bouw van de openbare basisschool als twee afzonderlijke projecten beschouwd moeten worden.
Dan blijven de Steenhoek en de Del over. Beide keuzes hebben voor- en nadelen die helder in de stukken van het college zijn opgesomd. Ook Rosendael '74 complimenteert de wethouder hiervoor.
Rosendael '74 vat de stukken als volgt samen. De Del heeft als voordeel: alle ruimte voor nieuwe initiatieven, ook voor- en naschoolse opvang, alle eventuele maatschappelijke ontwikkelingen die nog komen kunnen daar plaatsvinden, mogelijkheden om het verenigingsleven onderdak te bieden maar er is het belangrijke vraagpunt van de milieuaspecten.
 
De Steenhoek heeft als groot voordeel dat het dé traditionele locatie voor de school is midden in het dorp, maar heeft als nadelen de beperkte ruimte en de aanzienlijke groei van het aantal leerlingen die nu wordt voorzien, met daarbij het autoverkeer en de milieubelasting die dit in de wijk met zich meebrengt en de last en veiligheidsproblemen voor de omwonenden.
B&W leggen de raad in hun stukken voor om de keuze op de Del te laten vallen. De Del heeft voordelen, zoals vermeld, en Rosendael '74 kan zich na lang beraad en zorgvuldige weging van alle feiten en omstandigheden vinden in de voorstellen die B&W ten aanzien van de plaats van de school heeft gemaakt. Rosendael '74 gaat onder voorwaarden akkoord met het opstellen van een inrichtingsplan waarbij op de Del wordt gebouwd, huizen en een school. De partij formuleert daarbij de volgende randvoorwaarden:
* De planologische inpassing van de school zal zo ver mogelijk van de A12 moeten geschieden.
* Er zal zoveel mogelijk buffer tussen de A12 en de school moeten komen.
* De voorlopige onderzoeksresultaten op milieugebied die bij de stukken zaten, dienen te worden bevestigd in definitieve, kwalitatief goede onderzoeken.
* De verkeerskundige maatregelen dienen zodanig te worden getroffen dat de Del per auto, per fiets en  te voet goed bereikbare locatie wordt.
Deze randvoorwaarden in aanmerking nemend, is Rosendael '74 bereid om mee te werken aan een nader onderzoek van locatie De Del.
 
Dhr Van der Plas: Allereerst wil het PAK haar complimenten uitspreken voor de opzet van de locatiestudie: een duidelijk en overzichtelijk document. In tegenstelling tot het vorige voorstel zijn bijna alle aspecten in voldoende mate uitgewerkt, waardoor er meer inzicht is in de voors en tegens van de verschillende alternatieven, die daardoor ook beter tegen elkaar af te wegen zijn.
Ook het college van B&W heeft hierdoor kennelijk meer inzicht gekregen: het stelt nu de Del voor als locatie voor nieuwbouw van de Dorpsschool. Op basis van de scores in de tabel is de Del inderdaad het beste jongetje van de klas: 12 plussen, 8 keer neutraal en geen minnen. Een prachtig rapport en dus een goede keuze voor een Dorpsschool.
Maar net als voor de kinderen geldt ook voor de school: het gaat niet alleen om de cijfers. Het gaat er ook om welke aspecten je meer van belang vindt en welke minder. Het PAK vindt sociale en fysieke veiligheid, gezondheid en milieu belangrijke aspecten. Voor wat de fysieke en verkeers-veiligheid betreft scoort de Del goed. Het PAK heeft er dan ook wel vertrouwen in dat er op deze locatie een kindvriendelijke en veilige verkeerssituatie gecreëerd kan worden, hetgeen minder geldt voor de Steenhoek en het Rhedens.
 
Voor wat de sociale veiligheid betreft vindt het PAK dat woningbouw op de rest van de locatie een belangrijke voorwaarde is. Woningbouw moet dus ook werkelijk mogelijk zijn. Daarmee kan de locatie meer worden geïntegreerd in de wijk Kapellenberg, waardoor de Dorpsschool weer in een woonwijk ligt. Dan wel niet zo mooi centraal gelegen als op de Steenhoek, maar wel met veel mogelijkheden om een mooie, ruime en toekomstvaste school te bouwen.
Een andere voorwaarde daarbij is dat er over de gymnastiekvoorziening goede afspraken moeten worden gemaakt met de nabijgelegen sportaccommodatie. Het moet duidelijk zijn waar de Dorpsschool aan toe is en welke alternatieven er zijn als gymen op de Del niet mogelijk is.
En last but not least: De Del scoort helaas slecht op de aspecten milieu en gezondheid. Dit blijkt niet zozeer uit de scoretabel, maar wel uit de rapporten van dBvision en de GGD. De milieuproblematiek rond de Del was voor het PAK eerder een reden om niet voor deze locatie te kiezen. Ondanks de suggestie in de locatiestudie dat de situatie de komende tijd zal verbeteren, is het PAK er nog niet van overtuigd dat deze plek geschikt is om een school of huizen te bouwen.
 
Het rapport van dBvision omschrijft de Del namelijk als minst gunstige locatie voor de lucht- en geluidkwaliteit. Bouwen zonder geluidwerende maatregelen is op deze locatie niet mogelijk. De luchtkwaliteit voldoet volgens dit rapport weliswaar aan de geldende grenswaarden, het GGD-rapport geeft echter aan dat een afstand tot de snelweg van 300 meter of meer gezondheidskundig het meest wenselijk is. De geplande locatie ligt op een afstand van ca. 200 meter van de snelweg. Wat betekent dit voor schoolgaande kinderen, die door de GGD als risicogroep worden beschouwd, en waarvoor blootstelling aan luchtverontreiniging zoveel mogelijk moet worden beperkt? Het PAK is dan ook van mening dat dit aspect, zoals de GGD ook adviseert, nader onderzocht moet worden. Dit geldt met name voor de toekomstige ontwikkelingen rond de A12. Kan de gesuggereerde verbetering van de situatie worden bevestigd? De grafieken van Rijkswaterstaat, voor zover leesbaar, zeggen daar weinig over. Bovendien heeft Rijkswaterstaat er belang bij om de verkeersintensiteit aan de lage kant te voorspellen. Maar ons belang is om rekening te houden met de gezondheidsrisico's voor schoolkinderen en ouders en omwonenden. En wat zijn de mogelijkheden of beperkingen voor de eventuele woningbouw op de Del? Wat zijn de maatregelen die verwacht mogen worden, zoals een geluidscherm aan Rozendaalse kant?
 
Resumerend: Het PAK kan zich vinden in de voorgestelde locatiekeuze voor de Del, maar stelt daarbij wel de volgende voorwaarden:
•Er moet een aanvullend onderzoek komen dat meer duidelijkheid en zekerheid geeft over de gezondheids- en milieuaspecten van deze locatie, met name gerelateerd aan de toekomstige ontwikkelingen rond de A12. Daarbij wil het PAK graag een toezegging van het college om, indien de uitkomst van dit onderzoek uitwijst dat de aan de gezondheidseisen niet voldaan kan worden, de locatie van de bouw van de school opnieuw in de raad aan de orde wordt gesteld.
•Woningbouw op de rest van de locatie de Del moet (ook milieu- en gezondheidstechnisch) mogelijk zijn en onderdeel uitmaken van de plannen voor de Dorpsschool.
•Er moeten harde afspraken worden gemaakt over de gymvoorzieningen en als dat niet mogelijk is moeten er goede alternatieven worden aangegeven.
 
Wat het PAK betreft hoeven deze voorwaarden niet belemmerend te zijn voor de voortgang en het tijdpad. De benodigde acties voor de ontwikkeling van de locatie de Del kunnen worden voortgezet, maar als aan één of meer van de genoemde voorwaarden niet kan worden voldaan, kan dat voor het PAK reden zijn om haar voorkeur te heroverwegen.
Wethouder Hoving antwoordt dat het college nog een aantal zaken te doen staat, ook al adviseert de commissie unaniem voor de Del. Zo is er de milieuproblematiek waar ook het college heel lang bij stil heeft gestaan en waarvan het zich heeft afgevraagd of voldoende gegarandeerd kan worden dat deze opgelost kan worden. Het college heeft geconcludeerd dat dit mogelijk is, o.a. op basis van het rapport van dBvision waarin wordt aangegeven dat de luchtkwaliteit op deze locatie geen enkel probleem is (pagina 2) en dat deze binnen de grenswaarde ligt. Voor het geluid ligt dit genuanceerder. Het college is in overleg met Rijkswaterstaat die in september het OTB (ontwerp tracébesluit) voor de nieuwe A12 in procedure wil brengen. Daarbij dient de fijn stof en geluidproblematiek helder te zijn. Het college dringt erop aan dat de A12 zodanig wordt aangelegd dat het geluid binnen de ervoor geldende normen valt, zodat de school en de woningen op de Del gebouwd kunnen worden. Dit zou kunnen met direct aan de snelweg te treffen maatregelen en als dit onvoldoende blijkt te zijn, is het college ook bereid om in co-financiering aan de rand van het plan geluidwallen te plaatsen of andere maatregelen te treffen.
 
Het HGM-rapport geeft een voorlopig advies waarin het bureau aangeeft het van belang te vinden om de verbreding van de A12 bij de afweging te betrekken. HGM heeft dit nog niet gedaan, maar heeft in zijn niet-gebiedsgebonden onderzoek een meer algemeen advies gegeven op basis van normen. HGM geeft aan dat het wenselijk is om niet binnen 100 meter vanaf de (snel)weg te bouwen. Verder van de weg vandaan kan gewoon gebouwd worden, maar daarvan heeft het college gezegd dat in het nieuwe bestemmingsplan keihard zal moeten worden aangetoond dat de bezwaren van geluid, luchtkwaliteit of anderszins niet bestaan of te hanteren zijn.
 
Het college realiseert zich dat Rijkswaterstaat wellicht niet de meest neutrale instantie is. Uit het regelmatige overleg dat wethouder Adema en hijzelf hebben met Rijkswaterstaat, is echter de indruk ontstaan dat Rijkswaterstaat een snelweg wil aanleggen die voldoet aan alle normen. Kijkend naar de stukken van Rijkswaterstaat, kan men zien dat Rijkswaterstaat aangeeft dat er op dit moment geen te hoge grenswaarden zijn. HGM verwijst ook naar de onderzoeksresultaten van Rijkswaterstaat die overigens ook nog voorlopig zijn. Zo lang het ontwerp tracébesluit niet definitief is, houdt Rijkswaterstaat rekening met nieuwe ontwikkelingen. De verwachting is echter dat het er zeker niet slechter op wordt en misschien zelfs wel beter, als men naar de grafieken kijkt. Daarbij komt dat ook de Europese regelgeving van toepassing is en daarvan mag men verwachten dat deze direct positieve gevolgen heeft voor de bestrijding aan de bron, zoals schonere dieselmotoren, vrachtwagens, biodiesel e.d.
Het college heeft al deze zaken nadrukkelijk mee gewogen, naast de financiële en alle andere componenten die ook de fracties in hun betogen naar voren hebben gebracht. Op basis van al deze aspecten is het college gekomen tot zijn keuze. Het college is verantwoordelijk voor het leven, wonen, werken en het naar school kunnen gaan in Rozendaal en vindt het een verantwoorde keuze om naar de Del te gaan met de nieuwbouw van de Dorpsschool, mits de gestelde randvoorwaarden haalbaar en uitvoerbaar zijn. In die zin zegt hij van harte toe dat het college doorgaat met de Del, als de onderzoeken die daaruit voort moeten vloeien, bevestigen wat men nu denkt. Als de onderzoeken dit niet bevestigen, is er een probleem en zullen er alternatieven moeten worden gezocht.
In de korte tijdspanne die het college zichzelf gegund heeft tussen december en nu, heeft het college zich gebaseerd op normen om tot een keuze te komen. Als het college een bestemmingsplan voorbereidt en een ontwerpbestemmingsplan voorlegt waarin woningbouw en een school op de Del mogelijk wordt gemaakt, zullen er op de Del metingen moeten worden verricht naar de feitelijke situatie.
 
Mw Van den Heuvel vindt de conclusie dat het milieuonderzoek heeft uitgewezen dat de Del als locatie bruikbaar is, iets te snel getrokken. Zij vraagt of de grafieken met de NO2 en PM10 concentraties de jaargemiddelde waarden tonen. Als dit zo is, geeft dit iets minder informatie dan de daggemiddelde waarden. Een gezondheidsdienst zal ook altijd kijken naar de daggemiddelde waarde, waarbij de duidelijke richtlijn geldt dat de concentraties de 50 microgram per kubieke meter niet mogen overschrijden voor een periode langer dan 35 dagen. Deze informatie dient eerst heel helder boven tafel te komen, wil men iets kunnen zeggen over de gezondheidsrisico's en de effecten ervan. Daarnaast heeft haar fractie, ondanks alle voordelen die de Del biedt, toch ook nog wel enige zorg waar zij niet te gemakkelijk overheen wil stappen, omdat diverse gezondheidsstudies hebben uitgewezen dat de afstand tot de weg minstens net zo belangrijk is. Dit is de reden waarom de fractie heeft aangegeven dat de school op de maximaal haalbare afstand van de snelweg moet komen. Daarnaast moet er bij het verdere onderzoek ook nog duidelijk gekeken worden naar de intensiteit van het vrachtverkeer en wat daarover bekend is, omdat ook de gezondheidsstudies stellen dat luchtwegklachten toenemen naarmate men dichterbij de snelweg woont en naarmate er meer vrachtverkeer over de weg rijdt. Wethouder Hoving antwoordt dat hij hierop is ingegaan in zijn antwoord over zaken die bij het opstellen van het bestemmingsplan gedaan moeten worden. Er zal gemeten worden op de daadwerkelijke locatie.
 
Dhr Van Wassenaer begrijpt uit het antwoord van de wethouder dat Rijkswaterstaat nog alle nieuwe ontwikkelingen die zich voordoen rond de verbreding van de A12, gaat toevoegen tussen nu en september, voordat de OTB bepaald wordt. Wethouder Hoving antwoordt dat Rijkswaterstaat een fors deel aan gegevens meeneemt, maar niet een bestemmingsplan dat wordt pas wordt opgesteld, nadat Rijkswaterstaat al is begonnen met het voorontwerp. Wethouder Adema vult hierop aan dat de reden waarom de resultaten van een onderzoek van Rijkswaterstaat een concept wordt genoemd, is dat Rijkswaterstaat op het moment dat zij de aanbesteding doen, de opdracht geven dat er een weg moet worden gebouwd die voldoet aan een aantal voorwaarden die zo duidelijk mogelijk gedefinieerd moeten zijn. Als de aanbesteding op 1 september plaatsvindt, worden de laatste gegevens die nuttig zijn om te verwerken, verwerkt in de rekenmodellen en wordt dit voor die bepaalde weg gefixeerd als basis van de aanbesteding. De grafiek waarnaar mw Van den Heuvel vroeg, laat een jaargemiddelde van een tracégemiddelde zien tussen het Velperbroekcircuit en de Waterberg.
Dhr Van Wassenaer vraagt of hij goed begrepen heeft dat de ontwikkelingen die de gemeente Rozendaal zelf gaat inzetten en die nog niet vastliggen in een bestemmingplan, niet worden meegenomen in de OTB. Wethouder Adema antwoordt dat een weg die Rijkswaterstaat bouwt, moet voldoen aan een aantal gespecificeerde voorwaarden, maar er wordt uitgegaan van bestaande bouw. De Del is op dit moment niet aanwezig. Als de gemeente Rozendaal plannen naar voren brengt om daar te gaan bouwen, zal Rijkswaterstaat proberen dit gegeven mee te nemen. De gemeente Rozendaal kan dan met Rijkswaterstaat samen ter plekke wellicht aanvullende voorzieningen treffen en daarvoor een deel van de kosten voor haar rekening nemen. De gemeente kan niet een eis neerleggen.
 
Dhr Van der Plas vindt het belangrijk om niet alleen te vertrouwen op Rijkswaterstaat, maar om de cijfers van Rijkswaterstaat ook te laten toetsen door een instantie die verantwoordelijkheid draagt voor gezondheidsinschattingen. Verschillende metingen kunnen leiden tot verschillende conclusies. Het gaat om de bouw van een school voor minstens 40 jaar en de bouw van de woningen voor een periode langer dan 40 jaar. Het is essentieel om betrouwbare informatie in te winnen. Wellicht hoort een toetsing door VROM tot de mogelijkheden. Verder vindt het PAK het belangrijk dat huizenbouw gekoppeld wordt aan de bouw van de school uit het oogpunt van veiligheid. Wethouder Hoving antwoordt dat het college ten aanzien van metingen van geluid, fijn stof, NOx en dergelijke alles nog een keer gaat wegen wat daarvoor op de Del nodig is. De metingen worden door een onafhankelijke instantie uitgevoerd die in overleg met de raad wordt uitgekozen.
Wethouder Hoving vervolgt dat de verkeersafwikkeling afhankelijk is van de uiteindelijke ideevorming voor de Del, maar het is duidelijk dat de huidige toegangsweg niet in de huidige vorm gebruikt kan worden. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat weg en fietspad naar de Del gescheiden aangelegd dienen te worden om de veiligheid voor de schoolgaande kinderen te garanderen. De sociale en fysieke veiligheid zullen worden meegenomen in het uit te werken bestemmingsplan en worden er onderdeel van.
Over de financiële randvoorwaarden valt op dit moment niet veel te zeggen. Het college gaat ervan uit dat de voorzieningen die nodig zijn, gedekt kunnen worden uit de opbrengsten die op de Del en de Steenhoek te genereren zijn.
 
De gymnastiekvoorzieningen zijn op meerdere manieren te regelen. Het college is momenteel bezig te onderzoeken of het op een zodanige manier kan worden opgelost dat de gemeente, áls zij al investeert, dit niet alleen doet. Het is in ieder geval niet realistisch te veronderstellen dat de gemeente als enige partij zal bouwen voor 9 uur gymnastiek per week. Het college heeft met een aantal partijen oriënterende gesprekken gevoerd om tot een goede oplossing te komen. Het is niet mogelijk toe te zeggen dat een definitieve oplossing vóór 20 september rond zal zijn. Als de Del de nieuwe plek voor de Dorpsschool wordt, zal het ongetwijfeld in een stroomversnelling komen.
Er zal een plan van aanpak worden gepresenteerd om de aanpak van de diverse deelprojecten en van het proces om te komen tot een nieuw bestemmingsplan inzichtelijk te maken.
Op grond van de door de wethouder gegeven antwoorden constateert de voorzitter dat het advies aan de raad positief kan zijn mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Deze randvoorwaarden zullen op papier worden gesteld en in de raad worden ingebracht.
 
Inspreker: mw Jansen
Mw Jansen zegt dat men wel heeft gesproken over de luchtvervuiling, maar niet over de geluidsoverlast van de school. Zij woont vlak tegenover de ingang van de school en wordt duizelig van het geschreeuw van de kinderen op de speelplaats. Dit gaat door van 's ochtends 9.00 tot 12.00 uur en van s'middags van 14.00 tot 16.00 uur. Daarbij komt dan het af en aanrijden van de auto's. Verder kan zij haar huis niet uit om half negen of half twaalf, want er staan allemaal auto's voor de deur.
 
Inspreker: dhr Kuhne
Dhr Kuhne zegt dat alle berekeningen uit het rapport zijn gebaseerd op het CAR II model. Het CAR II model is ontwikkeld als screening model, dus een eenvoudig hanteerbaar model waardoor op een snelle manier inzicht verkregen kan worden in de luchtkwaliteit in straten langs verkeerswegen. Het model is echter minder geschikt voor het bepalen van luchtkwaliteitseffecten ten gevolge van wijzigingen in eigenschappen van bebouwing langs de betreffende wegen. Hij is dan ook blij dat de raad heeft gevraagd om metingen te verrichten. Hij vraagt om hier snel mee te beginnen, want het vergt een maand of vier, vijf om een goed inzicht te krijgen in de gemiddelden. Als de gemiddelden bekend zijn en de waarden zouden enigszins verschuiven, misschien over 100 meter, maakt dit het verschil uit tussen wel of niet "in de rotzooi zitten".

Inspreker: dhr Mulder, Steenhoek nummer 12
Dhr Mulder onderstreept het betoog van mw Jansen. Het is heel erg moeilijk om in- of uit te rijden, wanneer de schoolkinderen worden gehaald of gebracht. Het is zelfs zo erg dat ouders hun auto op zijn inrit parkeren en dan nauwelijks bereid zijn deze te verplaatsen.


Agendapunt 10: Voorstel tot kredietvotering voor tijdelijke huisvesting van de onderbouw van de Dorpsschool
Dhr Van der Plas vraagt of de school ook betrokken is bij de beoordeling van de offertes. Wethouder Hoving antwoordt dat de school deels betrokken is bij de invulling van de faciliteiten en volledig betrokken zal worden bij de inrichting van de drie containers. De school is ook betrokken geweest bij de locatiekeuze.
Dhr Van Wassenaer verklaart dat de BGR instemt met de kredietvotering, maar het college wel verzoekt om bij de aanbesteding alle ingediende offertes in overweging te nemen en pas dan een orderbevestiging te maken. Wethouder Hoving antwoordt dat het college een orderbevestiging altijd tekent onder voorbehoud van goedkeuring raad.

 
De commissie adviseert positief.


Agendapunt 11: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een werkkrediet ten behoeve van onderzoek en realisering onderwijshuisvesting
De commissie adviseert positief.


Agendapunt 12: Voorstel inzake gemeenschappelijke regeling Onderwijszaken
De commissie adviseert positief.


17. Rondvraag
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.


18. Schorsing
De voorzitter sluit de vergadering om 20.55 uur.


Uitgelicht


Zoeken