Commissieleden:
dhr P. Dieleman, dhr C.Th. van den Hurk, dhr J.M. van der Torren en dhr H. Vorsters
dhr H.P. Korstanje
burgemeester A.H. Boerma-Van Doorne, dhr F.R. Hoving, dhr A.C.L. Adema
mw W.G. Pieterse-Pook
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen-Verkroost
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen van
harte welkom.
2. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.
3. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4. Bespreking agendapunten raadsvergadering d.d. 24 april 2006
Agendapunt 6: Voorstel tot vaststelling van de uitgangspunten van de
begroting 2008 en de meerjarenbegroting 2009-2011
Wethouder Hoving antwoordt dat voor volgend jaar veel zaken gelijk blijven aan hetgeen bij de huidige begroting voorligt. Aangezien er voor deze avond ook nog een punt bouw Dorpsschool met mogelijke woningbouw op de agenda staat, heeft hij gemeend de vrijheid te kunnen nemen om het te verwachten aantal woningen alvast wat op te schroeven evenals het aantal inwoners. Daarbij is rekening gehouden met eenpersoonshuishoudens.
Dhr Dieleman stelt dat de BGR geen opmerkelijke verschillen ziet met de uitgangspunten van voorgaande jaren en er derhalve mee akkoord gaat. Aansluitend bij hetgeen dhr Vosters heeft gezegd, zou de BGR graag een korte samenvatting van de financiële risico's en kansen willen zien, wellicht gekoppeld aan beleidswensen en -richtingen van het college. Wethouder Hoving antwoordt dat in de jaarrekening, die de raad in juni zal behandelen, in gegaan zal worden op de risico's die te verwachten zijn en welke daarvan structureel zijn en welke incidenteel.
Dhr Korstanje stelt de raad voor om het college opdracht te geven om een begroting te maken die sluitend is. De heren Van den Hurk en Van der Torren geven aan dat dit voor hen uitgangspunt is. Wethouder Hoving antwoordt dat het college streeft naar een sluitende begroting.
Dhr Dieleman gaat akkoord met het voorstel. De BGR heeft het volste vertrouwen in de Rozendaalse vertegenwoordiger in de regio.
Dhr Van den Hurk sluit zich gaarne aan bij voorgaande spreker. Met betrekking tot artikel 1 vraagt hij of de gemeente bij deze regeling bevoegdheden overdraagt aan de stadsregio die de gemeente nu zelf heeft of dat het gaat om bevoegdheden die de provincie overdraagt. Burgemeester Boerma licht toe dat het KAN-gebied van oorsprong een gemeenschappelijke regeling is, hetgeen een samengaan inhoudt van een aantal lokale besturen. De provincie heeft daar geen rol in. De bevoegdheden die het betreft, zijn gemeentelijke bevoegdheden die overgedragen worden aan de gemeenschappelijke regeling. De wijziging is nodig, omdat het KAN een stadsregio geworden is, dus een WGR-plus gebied. Het betekent dat de regio meer bevoegdheden heeft die ook wettelijk verankerd zijn. Alle twintig deelnemende gemeenten geven een aantal bevoegdheden uit handen op terreinen van verkeer en vervoer en volkshuisvesting. De gemeente Rozendaal heeft dit destijds gedaan toen zij zich aansloot bij de gemeenschappelijke regeling. Het heeft de gemeente nooit windeieren gelegd, want zij dankt al haar rotondes aan een forse co-financiering vanuit de stadsregio.
Dhr Van den Hurk vraagt waarom het voorstel voorligt en of er de mogelijkheid is om niet mee te doen. Burgemeester Boerma antwoordt dat de aanleiding dat het stuk voorligt, het feit is dat de WGR-regeling een WGR+ is geworden. Daarom moest er een nieuwe gemeenschappelijke regeling komen en daarom is een aantal zaken wat aangescherpt. De gemeente Rozendaal heeft uiteraard de vrijheid om uit te treden, maar daaraan hangt een fors uittreedbedrag.
6. Rondvraag
Er zijn geen vragen.
7. Schorsing / Afsluiting blok
De voorzitter schorst de vergadering om 19.20 uur.
BLOK VOLKSHUISVESTING, RO, MILIEU, OPENBARE WERKEN, VERKEER EN VERVOER
Commissieleden:
dhr M.G.H.Tuit, mw T. van Raalte-Ratering, dhr C. van der Weerd, dhr A.G.H. Koning, dhr A. Logemann
dhr H.P. Korstanje
dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
mw W.G. Pieterse-Pook
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen-Verkroost
7. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.25 uur.
9. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Naar aanleiding van pagina 5:
Omdat de BGR het initiatief zou nemen om het afkoppelen te stimuleren, stelt
dhr Koning voor om eerst een werkbezoek af te leggen bij het Waterschap Rijn
en IJssel. Raad, college en ambtelijke organisatie zijn welkom en men krijgt
er begin mei bericht over. Wethouder Adema neemt het voorstel graag
over.
Mw Van Raalte vraagt naar de stand van zaken van de parkeerruimte bij de
kliniek. Wethouder Adema antwoordt dat het college het tweede voorstel van de
kliniek heeft teruggestuurd met het advies om het aan te passen en met het
verzoek om de wijzigingen opnieuw in te dienen. In eerste instantie was hier
geen deadline aan verbonden, in tweede instantie wel. Hij zal de raad
hierover op 19 juni rapporteren.
10. Bespreking agendapunt raadsvergadering d.d. 24 april 2007
Agendapunt 8: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet voor de
renovatie van speelplaats Vossenberglaan/De Genestetlaan
Mw Van Raalte sluit volledig aan bij hetgeen dhr Van der Weerd heeft gezegd.
Dhr Logemann zegt dat ook het PAK positief staat tegenover het voorstel en waardering heeft voor de inzet van de ouders die bij de planvorming betrokken zijn.
Wethouder Adema antwoordt dat hij heeft geconstateerd dat de gemeente Rozendaal een aantal van dit soort speelvelden heeft en dat het onderhoud ervan in de begroting niet gedekt is. Hij is voornemens om vanaf 2008 structureel een budget hiervoor in de begroting op te nemen, zodat kapotte speeltoestellen vervangen of gerepareerd kunnen worden. Het beheer vanuit de buurt is de afgelopen jaren stil blijven liggen, omdat de behoefte aan het speelveld minder was. Met de huidige bewoners is het beheer besproken en hij heeft er alle vertrouwen in dat zij het beheer goed zullen oppakken.
11. Rondvraag
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.
12. Schorsing
De voorzitter schorst de vergadering om 19.30.
BLOK WELZIJN, SOCIALE ZAKEN, ONDERWIJS, CULTUUR, RECREATIE EN SPORT
Aanwezig:
Commissieleden:
mw E.C.T. Bisterbosch-Willart, mw A.M. van den Heuvel, dhr C.T. van den Hurk, dhr B. van der Plas en dhr M.H.M. van Wassenaer
dhr H.P. Korstanje
dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
mw W.G. Pieterse-Pook
Buro Service Overasselt, mw W.J.J. Verheijen - Verkroost
14. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.35 uur.
15. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
Dhr Korstanje vraagt een toelichting op de zinsnede "een positieve bijdrage is de publiciteit" en verzoekt om meer publiciteit het komende jaar, zodat iedereen weet waar hij recht op heeft. Wethouder Adema antwoordt dat de gemeente vorig jaar wel degelijk publiciteit heeft gegeven aan de wijziging van de beleidsregels. Het is op 30 maart 2006 gepubliceerd in 'De Roos' en ook dit jaar zal er weer een uitgebreid artikel worden opgenomen. Het aantal mensen dat in Rozendaal bijstand geniet en/of langdurig minimumloon heeft en voor de regeling in aanmerking komt, is in 2006 teruggegaan van 6 naar 1 en van 1 weer opgelopen naar 4.
15. Verslag van de vergadering van 13 maart 2007
Naar aanleiding van pagina 9:
Dhr Van Wassenaer merkt op dat uit het antwoord van wethouder Adema dat in
het verslag is opgenomen, niet duidelijk blijkt of er tegenover de subsidie
die aan de stichting Thuiszorg is verleend, een dienst staat waar de gemeente
een beroep op kan doen. Wethouder Adema antwoordt dat het antwoord in de
notulen opgenomen zal worden. Het betreft de portefeuille van de
burgemeester.
STMG legt verantwoording af over de subsidie die de organisatie van de gemeente ontvangt.
Het jaarverslag 2006 wordt ter inzage gelegd voor de commissie van 19 juni 2007.
16. Agendapunten raadsvergadering d.d. 24 april 2007
Agendapunt 9: Voorstel tot locatiekeuze voor de bouw van een nieuwe
Dorpsschool
Inspreker: dhr Schulkes, lid van comité Rozendoorn en omwonende van de
huidige Dorpsschool.
Dhr Schulkes dankt het college omdat het op verzoek van de raad een
uitgebreide studie heeft laten doen naar de meest wenselijke locatie voor de
nieuw te bouwen Dorpsschool. In een van de vorige raadsperiodes is besloten
om op de Steenhoek geen grotere, nog hogere school te bouwen en de huidige
raad heeft gekozen voor nieuwbouw. Omdat Rozendaal verplicht is om een eigen
openbare basisschool te hebben die een grote investering zal vergen, moet
deze niet gebouwd worden op een te krappe locatie gezien de huidige en
toekomstige eisen op het gebied van voor-, tussen- en naschoolse opvang,
waaraan een school moet voldoen.
Comité Rozendoorn is nooit tegen de Dorpsschool aan de Steenhoek geweest,
maar is wel tegen een grotere en hogere school op de huidige locatie. Elke
keuze van het college en de door de bevolking gekozen raadsleden zal deels op
instemming en deels op enige tegenstand stuiten, maar gezien de mogelijkheden
op de locatie de Del waar een ruimere, moderne school gebouwd kan worden,
waar amper verkeersoverlast zal ontstaan en waar een groot deel van de
huidige leerlingen uit het dorp vandaan komt, is deze locatie een heel goede
keuze. Dit in tegenstelling tot de huidige locatie waar de verkeersoverlast
tot bijna ondraaglijke proporties is uitgegroeid in de loop van de afgelopen
35 jaar. De acht of tien noodlokalen zullen waarschijnlijk ook geplaatst
moeten worden op de Del, als op de Steenhoek een nieuwe school gebouwd zou
worden.
Hij complimenteert het college met haar besluit en hoopt dat de raad een wijs
besluit zal nemen.
Dhr Boonk stelt dat de medezeggenschapsraad blij is dat de raad in december heeft besloten tot nieuwbouw, want ook de medezeggenschapsraad is al jaren bezig te ijveren voor een nieuwe school op één locatie. Tot het moment dat dit besluit genomen was, heeft de MR zich niet zozeer bezig gehouden met de vraag wáár die nieuwe school dan zou moeten komen. De MR wil de mening van de ouders en de leerkrachten verwoorden, want deze is van belang omdat ouders gezien kunnen worden als klanten van de Dorpsschool en leerkrachten als leveranciers van het onderwijs.
De conclusie is vrij eenduidig. De leerkrachten kiezen massaal voor de Steenhoek als wenselijke locatie en met name de ouders van kinderen in de onderbouw kiezen massaal voor de Steenhoek als locatie. De argumentatie is de unieke centrale ligging in het dorp Rozendaal waarbij de identiteit van de school maar ook van het hele dorp Rozendaal het meeste gebaat is.
Tegen een keuze voor de Del, hoewel dit niet betekent dat het een tegenstem is die leidt tot de keuze van de Steenhoek, geldt het argument dat men toch geen school langs een snelweg gaat bouwen, en helemaal niet als dit dorp het groenste dorp van Europa is. Tegen 't Rhedens pleiten dezelfde argumenten waarbij voor 'een snelweg' gelezen dient te worden 'een middelbare school met 500 à 600 leerlingen'.
De MR begrijpt dat er ook gevoel en emotie aan de keuze ten grondslag liggen, maar aan de andere kant kiezen ouders ook met gevoel en emotie voor een school op een bepaalde plek. Het is in ieder geval duidelijk dat alle ouders van de huidige leerlingen bewust gekozen hebben voor een school in Rozendaal op de locatie de Steenhoek en dit doen ze nu massaal weer. Evenals de leerkrachten.
Mw Misat zegt dat er wordt aangegeven dat er een parkeeroverlastprobleem is, maar velen hebben daar, net als zijzelf, geen last van. Sterker nog, er zijn veel omwonenden die het leuk vinden dat er veel kinderen in de buurt zijn en blij zijn met de vrolijkheid, actie en dynamiek van een basisschool in de wijk.
Het is voorstelbaar dat mensen zich ergeren aan het gedrag van een aantal personen, dat echter gezien moet worden als een uitzondering. Het zou jammer zijn als dit een doorslaggevende factor zou zijn op de keuze.
Mw Kemkes vraagt zich af of de parkeerdrukte die er thans bij de Dorpsschool is, niet verplaatst wordt naar de Mr. van Hasseltlaan en de Del. Op die locaties is ook veel verkeer dat soms erg hard rijdt. Dit kan voor kinderen op de fiets heel gevaarlijk zijn. Zij is bang dat dit voor nog meer mensen een argument is om met de auto te komen.
•kwalitatieve goede huisvesting
•voor de komende 30 -40 jaar.
•een dorpsschool met een eigen Rozendaalse identiteit
•en een veilige en vertrouwde omgeving.
Uiteraard kunnen wij daarbij alleen de hedendaagse normen in acht nemen. Hoe de wereld er in 2040 uitziet en aan welke kwaliteitsnormen een gebouw voor basisonderwijs dan moet voldoen, is zelfs voor de BGR-strategen onbekend. Daarbij zij vermeld dat de wensen voor de inrichting van het gebouw vooral door het bevoegd bestuur (voorheen OOR) worden bepaald en buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Daartoe hoort ook de buitenschoolse opvang. BGR is overigens van mening dat de vastgelegde 1245 m² bvo bij een maximum van 224 leerlingen veel ruimte biedt om aan dergelijke wensen tegemoet te komen.
Voor wat de gymvoorziening betreft is de BGR van mening dat deze gewenst is uit het oogpunt van kwaliteit van onderwijs, maar dat, wegens de zeer geringe benutting van 9 klokuren, deze niet in eigen beheer door ons moet worden gebouwd. Wel denkbaar is samenwerking met derden.
voor Het Rhedens geldt:
•een mooie locatie met bestemming school, goed bereikbaar per auto, minder goed per fiets, met mogelijke synergievoordelen en voldoende ruimte voor een volwaardige kwalitatieve goede basisschool.
•grote aandachtspunten zijn: de verkeersveiligheid, de eigen identiteit van een basisschool, in mindere mate de milieueisen en de daadwerkelijk te behalen synergievoordelen.
•Echter en uniek voor deze optie is dat de 2 partijen, te weten de gemeente Rozendaal en Het Rhedens goed met elkaar moeten kunnen samenwerken. Zij moeten elkaar kunnen vinden en in goede harmonie het project gezamenlijk opstarten. De een kan niet zonder de ander.
•Het is een complex project; eerst moeten er gemeenschappelijke uitgangspunten worden afgesproken waar de Rozendaalse belangen in gewaarborgd kunnen worden. Er ligt op dit moment geen planning op tafel en de financiële doelstellingen van het Rhedens zijn onduidelijk.
•De BGR ziet de bouw van het Rhedens en de ontwikkeling van woningen als separate Rozendaalse projecten. Een gelijkwaardige samenwerking met het Rheden is hierbij het uitgangspunt.
De BGR is derhalve van mening dat deze optie te onduidelijk is en ziet op dit moment af om de locatie "Het Rhedens" serieus mee te nemen in de overwegingen.
•een locatie midden in het huidige dorp met bestemming school, een terrein waarop een net volwaardige kwalitatieve goede basisschool gebouwd kan worden (met behoud van de houtwal), een sociaal veilige omgeving en een school met een duidelijke eigen identiteit en, hoewel de provinciale weg ook hier nabij is, uit milieuoogpunt het best van de drie.
•Echter, een school waar geen gymvoorziening gebouwd kan worden en toekomstige uitbreidingen voor bijv. buitenschoolse opvang veel lastiger of niet te realiseren zijn. Een school waar de omgeving reeds nu verkeershinder van ondervindt terwijl deze bij ongewijzigd beleid alleen maar zal toenemen.
Groot nadeel van deze locatie is dat de verkeersproblematiek zich niet makkelijk laat oplossen en dat het kostenplaatje duidelijk hoger ligt, ondermeer vanwege de noodzaak om gedurende de bouw elders een tijdelijke school in te richten en er mogelijk facilitaire ruimtes in een souterrain gebouwd moeten worden, gezien de beperkte ruimte. Het staat voor deze locatie vast dat elders een gymvoorziening getroffen moet worden.
Kortom, een kwalitatieve oplossing op de locatie Steenhoek is moeilijk realiseerbaar.
•een mooie locatie, met mogelijke synergievoordelen en een terrein waarop een volwaardige kwalitatieve goede basisschool met een eigen identiteit gebouwd kan worden. Als er woningen gebouwd worden ligt deze locatie in de directe nabijheid van het nu reeds grootste Rozendaalse voedingsgebied te weten de Kapellenberg. Biedt in potentie ruimte voor toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen en gymvoorziening.
•er blijven een aantal grote aandachtspunten welke zijn: in sterke mate de milieu-eisen, de mogelijke planschade, de verkeersveiligheid in combinatie met de bereikbaarheid, en de daadwerkelijk te behalen synergievoordelen.
Uniek voor deze locatie is de nabijheid van de A12. Geluid en fijnstof zijn de belangrijkste thema's. De BGR wil ervan overtuigd zijn dat keuze voor de Del niet resulteert in gezondheidsproblemen voor de leerlingen over een aantal tientallen jaren, uiteraard gebaseerd op de best beschikbare gegevens. De door het college verstrekte onderzoeksrapporten en aanvullende informatie over de voorgenomen maatregelen bij de aanstaande verbreding van de A12 lijken geen belemmering daarvoor aan te dragen, maar geven ook niet op alle vragen antwoord. Voor de BGR is deze problematiek een "go - no go" zaak, dus ook een ontbindende voorwaarde
Wij zijn ons ervan bewust dat een besluit niet altijd pas genomen kan worden nadat alle aspecten 100% duidelijk zijn. Anderzijds is het onderwerp te belangrijk om aannames in te bouwen die van doorslaggevend belang zijn. Derhalve komen wij op dit moment tot de volgende conclusie en voorstellen:
1. Het college dient deze locatie verder uit te werken in een uitvoeringsplan en dat aan de commissie en raad ter goedkeuring voor te leggen.
Bij de uitwerking van dat plan vragen wij speciale aandacht voor:
•een integraal projectmatige aanpak met een planning van de deelprojecten met hierin verwoord de aandacht voor aanpak van de wegingsfactoren
•de geluid- en luchtkwaliteit en de eventueel daarvoor te nemen maatregelen. Onderdeel daarvan zijn de volgende verzoeken:
1. BGR verzoekt het college om een harde toezegging en concretisering van RWS dat zij ter plaatse maatregelen nemen die binnen uiterlijk 4 jaar leiden tot een verantwoord niveau van geluid en lucht-kwaliteit op de beoogde bouwlocatie, voor zowel een school als voor woningen, gegeven de huidige situatie ter plaatse (verdieping A12, begroeiing, etc.). Uitgangspunt is dus een resultaatverplichting en niet een inspanningsverplichting.
2. BGR verzoekt om een opgave van de aannames welke aan de berekeningen van RWS ten grondslag liggen.
3. BGR verzoekt het college opnieuw om de gemaakte berekeningen op het gebied van geluid en luchtkwaliteit op locatie te toetsen met voldoende metingen door een onafhankelijke en gezaghebbende instantie en de resultaten voor advies voor te leggen aan VROM.
•een veilig verkeersplan naar en rondom de Del inclusief de kosten daarvan
•mogelijkheden van woningbouw ter financiering van de bouw van de nieuwe Dorpsschool en de overige te treffen voorzieningen en ter dekking van de daarvoor anderszins gemaakte of te maken kosten
•voorstellen betreffende voorziening van het gymnastiekonderwijs.
Indien aan de milieueisen, de veiligheid of de financiële kaders niet kan worden voldaan, wenst de BGR fractie de mogelijkheid om de Del als locatie alsnog te laten vervallen.
Wij gaan er voor als nog van uit dat realisatie op de Del mogelijk is en zijn dan ook van mening dat dit een positieve ontwikkeling voor de Rozendaalse gemeenschap zal zijn.
De BGR realiseert zich dat het college weinig tijd heeft gekregen om de veelheid van complexe informatie te verzamelen en dat verdere detaillering op enkele punten nog gewenst is. De BGR complimenteert de wethouder echter met het complete en goed onderbouwde verhaal.
Dit kunnen ontwikkelingen van financiële aard zijn maar ook een ontwikkeling die Rosendael '74 toen niet heeft voorzien, namelijk een aanzienlijke groei van de omvang van de school, zoals die thans wordt voorzien met daarbij het toenemende autoverkeer en drukte in de buurt. Het feit dat het gemeentebestuur in de onderhandelingen met het OOR gedwongen was akkoord te gaan met een school van 224 leerlingen in plaats van de huidige 175, is toch een feit dat Rosendael '74 heeft aangezet om over alternatieve plannen na te denken.
Rosendael '74 onderschrijft de visie van B&W dat de nieuwbouw van het Rhedens en de bouw van de openbare basisschool als twee afzonderlijke projecten beschouwd moeten worden.
Dan blijven de Steenhoek en de Del over. Beide keuzes hebben voor- en nadelen die helder in de stukken van het college zijn opgesomd. Ook Rosendael '74 complimenteert de wethouder hiervoor.
Rosendael '74 vat de stukken als volgt samen. De Del heeft als voordeel: alle ruimte voor nieuwe initiatieven, ook voor- en naschoolse opvang, alle eventuele maatschappelijke ontwikkelingen die nog komen kunnen daar plaatsvinden, mogelijkheden om het verenigingsleven onderdak te bieden maar er is het belangrijke vraagpunt van de milieuaspecten.
B&W leggen de raad in hun stukken voor om de keuze op de Del te laten vallen. De Del heeft voordelen, zoals vermeld, en Rosendael '74 kan zich na lang beraad en zorgvuldige weging van alle feiten en omstandigheden vinden in de voorstellen die B&W ten aanzien van de plaats van de school heeft gemaakt. Rosendael '74 gaat onder voorwaarden akkoord met het opstellen van een inrichtingsplan waarbij op de Del wordt gebouwd, huizen en een school. De partij formuleert daarbij de volgende randvoorwaarden:
* De planologische inpassing van de school zal zo ver mogelijk van de A12 moeten geschieden.
* Er zal zoveel mogelijk buffer tussen de A12 en de school moeten komen.
* De voorlopige onderzoeksresultaten op milieugebied die bij de stukken zaten, dienen te worden bevestigd in definitieve, kwalitatief goede onderzoeken.
* De verkeerskundige maatregelen dienen zodanig te worden getroffen dat de Del per auto, per fiets en te voet goed bereikbare locatie wordt.
Deze randvoorwaarden in aanmerking nemend, is Rosendael '74 bereid om mee te werken aan een nader onderzoek van locatie De Del.
Ook het college van B&W heeft hierdoor kennelijk meer inzicht gekregen: het stelt nu de Del voor als locatie voor nieuwbouw van de Dorpsschool. Op basis van de scores in de tabel is de Del inderdaad het beste jongetje van de klas: 12 plussen, 8 keer neutraal en geen minnen. Een prachtig rapport en dus een goede keuze voor een Dorpsschool.
Maar net als voor de kinderen geldt ook voor de school: het gaat niet alleen om de cijfers. Het gaat er ook om welke aspecten je meer van belang vindt en welke minder. Het PAK vindt sociale en fysieke veiligheid, gezondheid en milieu belangrijke aspecten. Voor wat de fysieke en verkeers-veiligheid betreft scoort de Del goed. Het PAK heeft er dan ook wel vertrouwen in dat er op deze locatie een kindvriendelijke en veilige verkeerssituatie gecreëerd kan worden, hetgeen minder geldt voor de Steenhoek en het Rhedens.
Een andere voorwaarde daarbij is dat er over de gymnastiekvoorziening goede afspraken moeten worden gemaakt met de nabijgelegen sportaccommodatie. Het moet duidelijk zijn waar de Dorpsschool aan toe is en welke alternatieven er zijn als gymen op de Del niet mogelijk is.
En last but not least: De Del scoort helaas slecht op de aspecten milieu en gezondheid. Dit blijkt niet zozeer uit de scoretabel, maar wel uit de rapporten van dBvision en de GGD. De milieuproblematiek rond de Del was voor het PAK eerder een reden om niet voor deze locatie te kiezen. Ondanks de suggestie in de locatiestudie dat de situatie de komende tijd zal verbeteren, is het PAK er nog niet van overtuigd dat deze plek geschikt is om een school of huizen te bouwen.
•Er moet een aanvullend onderzoek komen dat meer duidelijkheid en zekerheid geeft over de gezondheids- en milieuaspecten van deze locatie, met name gerelateerd aan de toekomstige ontwikkelingen rond de A12. Daarbij wil het PAK graag een toezegging van het college om, indien de uitkomst van dit onderzoek uitwijst dat de aan de gezondheidseisen niet voldaan kan worden, de locatie van de bouw van de school opnieuw in de raad aan de orde wordt gesteld.
•Woningbouw op de rest van de locatie de Del moet (ook milieu- en gezondheidstechnisch) mogelijk zijn en onderdeel uitmaken van de plannen voor de Dorpsschool.
•Er moeten harde afspraken worden gemaakt over de gymvoorzieningen en als dat niet mogelijk is moeten er goede alternatieven worden aangegeven.
Wethouder Hoving antwoordt dat het college nog een aantal zaken te doen staat, ook al adviseert de commissie unaniem voor de Del. Zo is er de milieuproblematiek waar ook het college heel lang bij stil heeft gestaan en waarvan het zich heeft afgevraagd of voldoende gegarandeerd kan worden dat deze opgelost kan worden. Het college heeft geconcludeerd dat dit mogelijk is, o.a. op basis van het rapport van dBvision waarin wordt aangegeven dat de luchtkwaliteit op deze locatie geen enkel probleem is (pagina 2) en dat deze binnen de grenswaarde ligt. Voor het geluid ligt dit genuanceerder. Het college is in overleg met Rijkswaterstaat die in september het OTB (ontwerp tracébesluit) voor de nieuwe A12 in procedure wil brengen. Daarbij dient de fijn stof en geluidproblematiek helder te zijn. Het college dringt erop aan dat de A12 zodanig wordt aangelegd dat het geluid binnen de ervoor geldende normen valt, zodat de school en de woningen op de Del gebouwd kunnen worden. Dit zou kunnen met direct aan de snelweg te treffen maatregelen en als dit onvoldoende blijkt te zijn, is het college ook bereid om in co-financiering aan de rand van het plan geluidwallen te plaatsen of andere maatregelen te treffen.
Het college heeft al deze zaken nadrukkelijk mee gewogen, naast de financiële en alle andere componenten die ook de fracties in hun betogen naar voren hebben gebracht. Op basis van al deze aspecten is het college gekomen tot zijn keuze. Het college is verantwoordelijk voor het leven, wonen, werken en het naar school kunnen gaan in Rozendaal en vindt het een verantwoorde keuze om naar de Del te gaan met de nieuwbouw van de Dorpsschool, mits de gestelde randvoorwaarden haalbaar en uitvoerbaar zijn. In die zin zegt hij van harte toe dat het college doorgaat met de Del, als de onderzoeken die daaruit voort moeten vloeien, bevestigen wat men nu denkt. Als de onderzoeken dit niet bevestigen, is er een probleem en zullen er alternatieven moeten worden gezocht.
In de korte tijdspanne die het college zichzelf gegund heeft tussen december en nu, heeft het college zich gebaseerd op normen om tot een keuze te komen. Als het college een bestemmingsplan voorbereidt en een ontwerpbestemmingsplan voorlegt waarin woningbouw en een school op de Del mogelijk wordt gemaakt, zullen er op de Del metingen moeten worden verricht naar de feitelijke situatie.
Dhr Van Wassenaer vraagt of hij goed begrepen heeft dat de ontwikkelingen die de gemeente Rozendaal zelf gaat inzetten en die nog niet vastliggen in een bestemmingplan, niet worden meegenomen in de OTB. Wethouder Adema antwoordt dat een weg die Rijkswaterstaat bouwt, moet voldoen aan een aantal gespecificeerde voorwaarden, maar er wordt uitgegaan van bestaande bouw. De Del is op dit moment niet aanwezig. Als de gemeente Rozendaal plannen naar voren brengt om daar te gaan bouwen, zal Rijkswaterstaat proberen dit gegeven mee te nemen. De gemeente Rozendaal kan dan met Rijkswaterstaat samen ter plekke wellicht aanvullende voorzieningen treffen en daarvoor een deel van de kosten voor haar rekening nemen. De gemeente kan niet een eis neerleggen.
Wethouder Hoving vervolgt dat de verkeersafwikkeling afhankelijk is van de uiteindelijke ideevorming voor de Del, maar het is duidelijk dat de huidige toegangsweg niet in de huidige vorm gebruikt kan worden. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat weg en fietspad naar de Del gescheiden aangelegd dienen te worden om de veiligheid voor de schoolgaande kinderen te garanderen. De sociale en fysieke veiligheid zullen worden meegenomen in het uit te werken bestemmingsplan en worden er onderdeel van.
Over de financiële randvoorwaarden valt op dit moment niet veel te zeggen. Het college gaat ervan uit dat de voorzieningen die nodig zijn, gedekt kunnen worden uit de opbrengsten die op de Del en de Steenhoek te genereren zijn.
Er zal een plan van aanpak worden gepresenteerd om de aanpak van de diverse deelprojecten en van het proces om te komen tot een nieuw bestemmingsplan inzichtelijk te maken.
Op grond van de door de wethouder gegeven antwoorden constateert de voorzitter dat het advies aan de raad positief kan zijn mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Deze randvoorwaarden zullen op papier worden gesteld en in de raad worden ingebracht.
Mw Jansen zegt dat men wel heeft gesproken over de luchtvervuiling, maar niet over de geluidsoverlast van de school. Zij woont vlak tegenover de ingang van de school en wordt duizelig van het geschreeuw van de kinderen op de speelplaats. Dit gaat door van 's ochtends 9.00 tot 12.00 uur en van s'middags van 14.00 tot 16.00 uur. Daarbij komt dan het af en aanrijden van de auto's. Verder kan zij haar huis niet uit om half negen of half twaalf, want er staan allemaal auto's voor de deur.
Dhr Kuhne zegt dat alle berekeningen uit het rapport zijn gebaseerd op het CAR II model. Het CAR II model is ontwikkeld als screening model, dus een eenvoudig hanteerbaar model waardoor op een snelle manier inzicht verkregen kan worden in de luchtkwaliteit in straten langs verkeerswegen. Het model is echter minder geschikt voor het bepalen van luchtkwaliteitseffecten ten gevolge van wijzigingen in eigenschappen van bebouwing langs de betreffende wegen. Hij is dan ook blij dat de raad heeft gevraagd om metingen te verrichten. Hij vraagt om hier snel mee te beginnen, want het vergt een maand of vier, vijf om een goed inzicht te krijgen in de gemiddelden. Als de gemiddelden bekend zijn en de waarden zouden enigszins verschuiven, misschien over 100 meter, maakt dit het verschil uit tussen wel of niet "in de rotzooi zitten".
Inspreker: dhr Mulder, Steenhoek nummer 12
Dhr Mulder onderstreept het betoog van mw Jansen. Het is heel erg moeilijk om
in- of uit te rijden, wanneer de schoolkinderen worden gehaald of gebracht.
Het is zelfs zo erg dat ouders hun auto op zijn inrit parkeren en dan
nauwelijks bereid zijn deze te verplaatsen.
Agendapunt 10: Voorstel tot kredietvotering voor tijdelijke huisvesting van
de onderbouw van de Dorpsschool
Dhr Van der Plas vraagt of de school ook betrokken is bij de beoordeling van
de offertes. Wethouder Hoving antwoordt dat de school deels betrokken is bij
de invulling van de faciliteiten en volledig betrokken zal worden bij de
inrichting van de drie containers. De school is ook betrokken geweest bij de
locatiekeuze.
Dhr Van Wassenaer verklaart dat de BGR instemt met de kredietvotering, maar
het college wel verzoekt om bij de aanbesteding alle ingediende offertes in
overweging te nemen en pas dan een orderbevestiging te maken. Wethouder
Hoving antwoordt dat het college een orderbevestiging altijd tekent onder
voorbehoud van goedkeuring raad.
Agendapunt 11: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een werkkrediet ten
behoeve van onderzoek en realisering onderwijshuisvesting
De commissie adviseert positief.
Agendapunt 12: Voorstel inzake gemeenschappelijke regeling
Onderwijszaken
De commissie adviseert positief.
17. Rondvraag
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.
18. Schorsing
De voorzitter sluit de vergadering om 20.55 uur.