Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Gemeentebestuur / Raadscommissie / Notulen / Notulen 2008 / Notulen Raadscommissie 16 september 2008

Notulen Raadscommissie 16 september 2008

Notulen van de vergadering van de vaste Commissie van Advies van de gemeente Rozendaal d.d. 16 september 2008
 
BLOK ALGEMENE ZAKEN EN FINANCIEN
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
dhr C.Th. van den Hurk, dhr J.M. van der Torren, dhr P. Dieleman en dhr H.B. Croon
 
Voorzitter:  
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
burgemeester R.F.R.M. van Rijckevorsel, dhr F.R. Hoving, dhr A.C.L. Adema
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer

1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen van harte welkom.
 
2. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
 
Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.
 
3. Verslag van de vergadering van 24 juni 2008
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Bespreking agendapunten raadsvergadering d.d. 16 september 2008
Agendapunt 5: Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet ad 12.774,- euro voor het aanpassen van de brandmeld- en ontruimingsinstallatie in het gemeentehuis
Burgemeester Van Rijckevorsel geeft aan dat het college het niet als een gebruikelijke gang van zaken ziet om geld te spenderen zonder vooraf fiat van de raad ervoor te hebben verkregen. Hopelijk maakt het stuk voldoende duidelijk waarom het college dit in deze omstandigheden toch heeft gedaan.
 
De heer Van der Torren stemt in met de uitgave die onontkoombaar is. De BGR is van oordeel dat de rol van NUON dubieus is, maar het zij zo.
De heer Van der Hurk zegt dat Rosendael '74 van harte instemt met het voorstel vanwege de veiligheid van het personeel. Hij vraagt wat wordt bedoeld met een ontruimingsinstallatie.
Burgemeester Van Rijckevorsel antwoordt dat een ontruimingsinstallatie met geluidssignalen mensen waarschuwt om het huis te verlaten.
De voorzitter verklaart dat het PAK instemt met het voorstel. Hij vraagt of er nog krediet zal worden gevraagd voor het oefenen met de installatie.
Burgemeester Van Rijckevorsel antwoordt dat er met welke installatie dan ook geoefend moet worden. Hij neemt aan dat dit krediet toereikend zal zijn om ook met de nieuwe installatie te oefenen.
De commissie adviseert positief.
 
Agendapunt 6: Voorstel tot het nemen van besluiten betreffende bestaande straatnamen in verband met de wet BAG
De heer Dieleman merkt op dat de BGR hecht aan traditie en oude waarden, maar desondanks toch akkoord gaat met het voorstel.
 
De heer Van den Hurk verklaart dat Rosendael '74 akkoord gaat met het voorstel.
De voorzitter vraagt om bij de Baron van Pallandtlaan aan te geven om welke baron het gaat; de ene baron was Mr., de andere niet. Het gaat in ieder geval om de persoon die burgemeester was van 1850 tot 1899.
Wethouder Hoving zegt toe dat dit vastgelegd zal worden op het straatnaambord.
De commissie adviseert positief.
 
5. Rondvraag
De heer Van den Hurk wijst op de situatie met betrekking tot het parkeren rond het gemeentehuis. Hij verzoekt het college om het personeel te verzoeken niet zo dicht mogelijk bij het gemeentehuis te parkeren op de Rosendaalselaan, maar op de daartoe bestemde parkeerplaatsen.
 
Burgemeester Van Rijckevorsel antwoordt dat het college al eerder heeft geantwoord dat er op toegezien zal worden. De vraag van de heer Van den Hurk is aanleiding om er bij het personeel nogmaals op aan te dringen om te parkeren in de vakken.

6. Schorsing / Afsluiting blok
De voorzitter schorst de vergadering om 19.08 uur.

BLOK WELZIJN, SOCIALE ZAKEN, ONDERWIJS, CULTUUR, RECREATIE EN SPORT
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
mw E.C.T. Bisterbosch-Willart, mw A.M. van den Heuvel, dhr H. Vosters, dhr B. van der Plas
 
Voorzitter: 
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
burgemeester R.F.R.M. van Rijckevorsel,dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer
 
7. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.10 uur.
 
8. Informatie van mevrouw Schreuder, medewerker van HGM over het Centrum Jeugd en Gezin
Wethouder Adema licht toe dat de 11 gemeenten in Arnhem-Noord bij het convenant Jeugdzorg hebben besloten 1 beleid te gaan voeren en in een later overleg is besloten om ook voor het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) 1 lijn te volgen. De 11 gemeenten hebben besloten om van de deskundigheid van de Hulpverlening Gelderland Midden (HGM) gebruik te maken om een opzet te maken voor het CJG. Er is al een aantal documenten ontstaan. Zo zijn er concepten voor een gezamenlijke backoffice en is er een begin gemaakt met het denken over hoe de frontoffice vorm gegeven kan worden. De frontoffice zou voor circa 20.000 inwoners moeten worden gerealiseerd. Het kan zijn dat dit meerdere front offices zullen worden, maar het kan ook zijn dat Rozendaal samen met Velp 1 front office zal verzorgen.
Mevrouw Schreuder is stafarts Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en is lid van het managementteam ter zake.
 
Mevrouw Schreuder geeft een presentatie over het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Vragen naar aanleiding van de presentatie:
Mevrouw Van den Heuvel vraagt wat precies de vraag in de markt is.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat er te weinig toegankelijk, laagdrempelig advies en ondersteuning is voor gezinnen. Het Rijk heeft dwingend opgelegd om deze zorg dekkend te maken. Verder moet goed worden geborgd dat kinderen veilig zijn en dit moet via een goede sluitende keten verwezenlijkt worden. Het programmaministerie heeft hieraan duidelijke eisen gesteld en gemeenten hebben er gezien prestatieveld II van de Wmo een belangrijke rol in om de lichte adviesvraag, het lichte hulpaanbod, de toeleiding naar zorg, de zorgcoordinatie e.d. gestalte te geven. Het gaat om een landelijk opgezet model.
 
Mevrouw Van den Heuvel vraagt een toelichting op 'licht pedagogische ondersteuning'.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat het gaat om ambulante, licht opvoedkundige ondersteuning. Het kan gaan om een simpel advies, maar het kan ook een cursusaanbod zijn dat regionaal wordt opgezet. Verder wordt er geindiceerd door het voorliggende veld (de kernpartners van het CJG), die kunnen inschatten of een advies voldoende is of dat er moet worden verwezen naar een andere partner.
 
De heer Van den Hurk (publieke tribune) vraagt hoeveel kinderen er in de regio zijn en hoeveel cliëntcontacten er zijn.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat het gaat om circa 400.000 kinderen. De hele JGZ heeft een bereik van 98%. Voor 0-4-jarigen is er het consultatiebureau dat frequent contact heeft en in de 4-19-jarige zorg zijn er wettelijk bepaalde contactmomenten op 5-jarige, 11-jarige en 14-jarige leeftijd die voorheen altijd door artsen en verpleegkundigen werden gedaan. Echter, om een groter bereik te krijgen waarbij kinderen kunnen worden aangemeld door ouders en scholen en ook kinderen zichzelf kunnen aanmelden, laat HGM nu een screening doen middels een triage-model. Van een heel cohort van vijfjarigen gaat dan bijvoorbeeld maar 30% door naar een arts of verpleegkundig spreekuur, waardoor er ruimte is voor aanmelding door ouders, scholen en kinderen zelf.
 
De heer Van den Hurk vraagt hoe groot de organisatie van HGM is.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat HGM meer dan 500 medewerkers heeft, maar JGZ heeft ongeveer 70 mensen in dienst, te weten assistenten van de arts, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en logopedisten (als maatwerkproduct).
 
De heer Koning (publieke tribune) merkt op dat clienten soms moeite hebben om de juiste weg te vinden bij het vele hulpaanbod en dat de coordinatie een probleem is. Het model lijkt erg complex.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat het model complexer lijkt dan het is, want het moet helder zijn voor de klant maar ook voor de professional. Een simpele vraag is vaak simpel te beantwoorden. De coordinatie is soms lastig, als het gaat om een gezin dat erg veel zorg en aandacht vraagt en waar verschillende producten nodig zijn voor verschillende kinderen. Het proces van zorgcoordinatie met een back office zoals gepresenteerd, is erop gericht dat hulpverleners in een dergelijk multiprobleemgezin van elkaar weten wie er betrokken zijn. Dit is op casus- en op inhoudsniveau. Als zaken niet lopen, komt het signaal bij de back office die de procesregie heeft en ervoor zorgt dat het zorgtraject geborgd wordt.
 
Burgemeester Van Rijckevorsel vraagt of de contacten van de politie ook in het EKD (elektronisch kinddossier) terecht komen.
Mevrouw Schreuder antwoordt dat het EKD vooralsnog een medisch dossier is. Er gaan wel stemmen op die zeggen dat het goed zou zijn als bepaalde pagina's wel inzichtelijk zijn. Burgemeester Van Rijckevorsel merkt op dat er toch ook heel nadrukkelijk een koppeling naar alcohol- of drugsgebruik is.
Mevrouw Schreuder bevestigt dit, maar vooralsnog is het EKD alleen een dossier voor de JGZ. Als de JGZ een signaal krijgt van drugsgebruik bij kinderen, zijn er criteria binnen de verwijsindex die maken dat de JGZ een signaal laat afgaan.
 
9. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
 
Ingekomen stukken
Conform voorstel voor kennisgeving aangenomen.
 
10. Verslag van de vergadering van 24 juni 2008
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
 
11. Agendapunten raadsvergadering d.d. 16 september 2008
Agendapunt 8: Voorstel inzake nieuw beleid reintegratie en handhaving
De commissie adviseert unaniem positief.
 
12. Rondvraag
Er zijn geen vragen.
 
13. Schorsing / Afsluiting blok
De voorzitter schorst de vergadering om 19.45 uur.
 
BLOK VOLKSHUISVESTING, RO, MILIEU, OPENBARE WERKEN, VERKEER EN VERVOER
 
Aanwezig:
 
Commissieleden: 
dhr A. Logemann, dhr F.H.J.J.M. Schakenraad, dhr C. van der Weerd, dhr M.G.H. Tuit, dhr A.G.H. Koning
 
Voorzitter:  
dhr H.P. Korstanje
 
Portefeuillehouders:  
burgemeester R.F.R.M. van Rijckevorsel, dhr A.C.L. Adema, dhr F.R. Hoving
 
Commissiegriffier: 
mw W.G. Pieterse-Pook
 
Verslag:  
Buro Service Overasselt, mw M.R.H.M. de Meijer
 
14. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 19.55 uur.
 
15. Mededelingen / Ingekomen stukken
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
 
Ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.
 
16. Verslag van de vergadering van 24 juni 2008
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
 
17. Bespreking agendapunt raadsvergadering d.d. 16 september 2008
Agendapunt 7: Voorstel tot vaststellen van een procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade
De commissie adviseert positief.
 
18. Bespreking Projectplan School- en woningbouw in de gemeente Rozendaal
De heer Tuit verklaart dat Rosendael '74 akkoord gaat met het voorliggende projectplan. De beschrijving is duidelijk, de uitgangspunten zijn concreet.
Hij adviseert het college om bij de nadere uitwerking van de projecten duidelijke procedures en richtlijnen vast te stellen en er straf op toe te zien dat ze nagekomen worden, zeker voor wat het financieel beheer betreft. Hij vraagt de wethouder om aan te geven hoe hij de terugkoppeling hierover gaat regelen. Hopelijk levert de aanwezigheid van vleermuizen geen vertraging in de uitvoering op.
 
Wat het deelproject de Dorpsschool betreft gaat Rosendael '74 ervan uit dat de oppervlakte van de school met het daarbij behorende budget maximaal is. Het is van belang om aan te geven wat de grenzen zijn van de uitbreiding van de naschoolse opvang, want men dient ervoor te waken dat deze uitbreiding de exploitatie van De Del te zeer belast. Hij vraagt de wethouder om aan te geven hoe hij denkt dit te zullen aanpakken.
De heer Koning merkt op dat de BGR verheugd is dat het eerste conceptplan voorligt; het is een noodzakelijk instrument voor zowel stuurgroep als projectgroepen om de hele zaak te beheersen. De rol van de gemeente is enkel ervoor te zorgen dat er een dergelijk instrument is. De BGR is blij met een zo concreet mogelijk plan dat precies die zaken aangeeft die beheerst moeten worden. Hij vraagt wat de projectwethouders precies van de commissie verwachten met betrekking tot het voorliggende stuk.
 
Wethouder Hoving antwoordt dat het projectplan is voorgelegd om te horen of er omissies zijn. Het is de bedoeling om het stuk te bespreken en eventueel, waar mogelijk, te verbeteren.
De heer Koning vervolgt met betrekking tot de indeling dat deze SMART-er en specifieker geformuleerd zou mogen zijn. Hetzelfde geldt voor de doelstellingen, verwachte resultaten, opbrengsten en kosten per project. De BGR stelt voor om bij de gemeentelijke regie een schema op te nemen en daarin aan te geven welk gremium welke besluiten wanneer zou moeten nemen, want de gevolgen van de nieuwe wet RO zijn daarbij van belang. De fractie is er ook voorstander van om een structuurvisie op te stellen alvorens de verkenningen in het kader van alle projecten op te starten. Ook is de BGR van mening dat het handig zou zijn om de juridische aspecten per project te benoemen. De fractie zou voorts graag zien dat de financiële bijlagen een integraal onderdeel van het projectplan vormen.
 
De nieuwe projectorganisatie is duidelijk en strak. Het zou goed zijn dat er, naast de formele besluiten die de raad in dit kader moet nemen, ook over de projecten een bestuursrapportage komt en dat bij afwijkingen en mijlpalen. De BGR verzoekt het college om bij de verdere uitbouw van het plan de randvoorwaarden en uitgangspunten van de uitvoeringsfase toe te voegen evenals de wijze van uitvoering, de te kiezen aanbestedingsprocedure en de selectieprocedure voor de projectontwikkelaars en de aannemers.
 
Met betrekking tot de inhoud merkt de fractie op, kijkend naar de kaarten en de keuze ten aanzien van de verdeling sociale woningbouw en vrije woningbouw (70 - 30), dat de schetsen een ander beeld geven. Verder valt het op dat er geen kostenraming is voor overige voorzieningen, terwijl de BGR van mening is dat alle milieuaspecten op een hoog niveau geregeld moeten worden zodat de nieuwe woon- en leefomgeving van eenzelfde hoog niveau zijn als men gewend is in Rozendaal. De fractie beveelt het college aan om samen met Rijkswaterstaat de optimale maatregelen te nemen en werk met werk te laten maken.
Tenslotte, de BGR ondersteunt in principe het onderzoek naar de geluidwerende overkapping, als Rijkswaterstaat er ook heil in ziet.
De risicoanalyse is bescheiden van aard. De fractie ziet deze dan ook als een eerste voorzet. De nu genoemde risico's zouden specifieker in beeld gebracht moeten worden. Er zijn zeker ook risico's met financiele gevolgen, terwijl die nu genoemd worden als gevolg of als een eventuele maatregel.
 
Dhr Logemann leest namens het PAK de volgende reactie voor: "Voorzitter, wij zijn blij dat dit projectplan school- en woningbouw vandaag op de agenda staat. In de eerste plaats dat wij als commissie en later deze avond als gemeenteraad in het openbaar in de gelegenheid worden gesteld om onze visie te geven over deze belangrijke zaken. De afgelopen periode hebben we naar de mening van het PAK teveel achter gesloten deuren vergaderd waar dat lang niet altijd nodig was.
Wij zijn ook blij dat het college heeft voldaan aan de uitdrukkelijke wens om in deze vergadering met een projectplan te komen. Er ligt nu tenminste een document waar we in het openbaar ons over kunnen uitspreken, maar het PAK zou het PAK niet zijn als we ook dit dossier kritisch blijven volgen. En er zijn - helaas -  nog wel de nodige kritische opmerkingen te maken.
Dit projectplan is wat ons betreft te summier. Een plankaart - over welk gebied hebben we het nu precies? - ontbreekt. De locatie Kleiberglaan blijft in deze notitie vrijwel een witte vlek. Ook ontbreekt er cruciale informatie over het al of niet aanwezig zijn van kabels en leidingen. Informatie over gevaarlijke stoffen bijvoorbeeld over de plofcirkels rondom de A12, een inventarisatie van bomen maken normaliter onderdeel uit van zo'n plan, maar in dit plan is dat nog niet beschreven. Hoe kunnen wij dan als commissie en raad een afgewogen oordeel over de haalbaarheid vellen?
 
Een belangrijk onderdeel is natuurlijk ook de grondexploitatie. Die is ons volstrekt onduidelijk. Oke, ik kan in de bijlagen lezen dat er een flinke som overblijft. Maar voor welke situaties zijn deze berekeningen gemaakt en met welke aannames? Ik heb ernaar gevraagd, maar de wethouder kon me het antwoord op die vraag tot op dit moment niet geven. Trouwens, een deel van de bijlagen was zelfs onleesbaar vanwege de te kleine lettertjes. Zelfs de bril van de wethouder kon daarbij geen soulaas bieden.
Ook de risico's zijn in dit projectplan nog onvoldoende in kaart gebracht of te mild beschreven. Ik noem het risico van de financiele haalbaarheid. Dat zou volgens het college een matig effect hebben, met als consequentie het stagneren of stoppen van het proces, zo wordt gezegd. Welnu, als het stagneert of zelfs stopt, dan is het effect toch gigantisch? De omschrijving matig is dan wel erg zwak uitgedrukt.
 
Trouwens, over de financiele haalbaarheid gesproken, die is nog volstrekt ondoorzichtig. De kosten van de geluidswal zijn ons nog niet bekend, de bouwkosten van de school zijn nog niet begroot en de buitenschoolse opvang is nog niet meegenomen.
Een ander risico wordt helemaal niet genoemd. Ik weet dat we als PAK dat risico anders inschatten dan de rest van de raad, maar ik wil het toch noemen: de mogelijke aanscherping van de regelgeving voor de luchtkwaliteit waardoor de bouw van de school op deze afstand van de A12 niet door kan gaan. U gaat er met de meerderheid van deze raad vanuit dat dit geen probleem vormt. Wij als PAK zijn daar nog niet van overtuigd, zolang niet de gehele AMVB op dit beleidsterrein openbaar is gemaakt. Het is niet mijn bedoeling om deze discussie uit een eerdere vergadering te herhalen. Maar om het helemaal niet te noemen, gaat ons te ver.
 
Voorzitter, er worden voorts op verschillende plaatsen in deze notitie stellingen gedaan die wij nog niet onderschrijven. Het college stelt bijvoorbeeld dat de visiefase is afgesloten. Dat vinden wij een te voorbarige conclusie. Een visie over de gewenste woningbouw is nog nooit met deze commissie besproken. Ons lijkt het meer dan zinvol om uitspraken te doen wat voor typen woningen we wensen en op welke locatie. En laten we ook eens nadenken wat de consequenties zijn voor het geval er geen nieuwbouw van Het Rhedens kan plaatsvinden. Zijn de twee andere locaties dan geschikt om woningen voor ouderen te bouwen? Dat is volgens de verkiezingsprogramma's een wens van alle partijen geweest, maar hoe reeel is dat als nieuwbouw van Het Rhedens niet doorgaat? Een visie over de woningbouw is dus hard nodig.

Het college zegt ook dat het met de stadregio probeert overeen te komen dat voor Rozendaal de verdeling sociale woningbouw/vrije woningbouw geen 50/50 is maar 30/70 procent. Een argument hiervoor hebben wij nergens kunnen vinden, dus wij onderschrijven dat nog allerminst.
Wij lezen ook dat er invulling moet worden gegeven aan de in de Rozendaal levende woningbehoefte. Er wordt verwezen naar het WMO-beleidsplan, maar dat is ons te vaag. Zelf denken wij dat niet alleen naar de wensen van Rozendaalse inwoners gekeken moet worden, maar naar de wensen in de regio. Terzijde: ten tijde van de oplevering van de Kapellenberg waren er heel weinig Rozendalers die naar deze nieuwe wijk verhuisden, dus is het voor ons geen automatische zaak om alleen rekening te houden met de wensen van de Rozendalers.
 
Tot slot het voorstel voor de projectorganisatie. Ten opzichte van een eerder voorstel is het aangepast, maar wat nu wordt voorgesteld is nog steeds niet handig in onze ogen. De wethouder zit volgens dit voorstel in de projectgroep. In de projectgroep horen volgens ons de uitvoerende mensen thuis en een projectleider kan optreden als voorzitter. De wethouder hoort niet in de projectgroep. Hij hoort als bestuurder in een stuurgroep. En die stuurgroep moet niet alleen door het college worden gevormd, maar worden uitgebreid met de bestuurders van de marktpartijen. De projectleider kan dan als adviseur deelnemen aan de vergaderingen van deze stuurgroep.
Nog een ander detail: de commissie van advies heeft geen beslissende stem, maar een adviserende stem. In zo'n organogram hoor je het dan niet in de lijn te plaatsen, maar opzij, tussen het college van B&W en de raad.
 
Voorzitter, het spijt me, het was een uitgebreid verhaal. Maar dit onderwerp is voor de Rozendaalse politiek een belangrijk onderwerp. En helaas, naar de mening van het PAK moet er nog veel worden bijgeschaafd, voordat het met een positief advies naar de raad kan worden gestuurd."
 
Wethouder Adema antwoordt dat de visiefase voor een aantal aspecten nog niet is afgesloten. In het stuk staat aangegeven wat volgens de definitie van de term 'visiefase' gedaan zou moeten worden. Door langdurige discussies over 1 aspect dat in de visiefase moet worden afgerond, zijn andere factoren buiten beschouwing gelaten. Deze punten, de haalbaarheid en de uitgangspunten, zijn separaat genoemd en zullen in de ontwerpfase belicht worden. Ze zijn doelbewust doorgeschoven; er moet antwoord op worden gegeven.
Het college heeft lange tijd op het standpunt gestaan dat er nog te veel onduidelijkheden in het project zitten waardoor het projectplan niet zo nauwkeurig kan worden geschreven als gewenst, maar het projectplan ligt voor, omdat de raad er nadrukkelijk om gevraagd heeft. Het projectplan is echter een levend document en naarmate er meer duidelijkheid over bepaalde zaken ontstaat, komt de aanvullende informatie in het projectplan terecht

Wat de woningbehoefte betreft geeft het Wmo-beleidsplan dat binnenkort aan de raad wordt aangeboden, aan wat de gemeente de komende vier jaar zou willen realiseren op basis van de behoefte aan diverse soorten woningen in de gemeente Rozendaal. 
Wethouder Hoving antwoordt dat de reacties van de fracties het college sterken in het gevoelen dat men op de goede weg zit.
Het college heeft met Het Rhedens een aantal gesprekken gevoerd, maar dit heeft tot op heden tot niets geleid. Het Rhedens beraadt zich op het voorstel dat het college hen heeft meegegeven met daarin de voorwaarden waaronder de gemeente bereid zou zijn om een ontwikkeling te doen plaatsvinden. Zo lang er geen zicht op is, heeft het college gemeend er geen tijd en energie meer in te moeten steken; datt kost allemaal maar geld.

Hij zegt toe dat het college de raad van goede, tussentijdse informatie zal voorzien. Het college heeft dit ook zelf hard nodig om kostenoverschrijdingen te voorkomen.
Als er vleermuizen op De Del aanwezig zijn, moet deze zaak serieus worden opgelost.
Als er een school wordt gebouwd, zal niet de gemeente deze school bouwen maar de scholengemeenschap De Veluwezoom aan de hand van een programma van eisen. Hierover is al overleg gevoerd en vervolgoverleg staat gepland. De landelijke normering is in principe het uitgangspunt, maar het college is bereid tot het inzetten van extra middelen voor bijvoorbeeld voor- en naschoolse opvang.
 
Het projectplan kan inderdaad hier en daar SMART-er worden geformuleerd, maar op dit moment is dit op een aantal onderdelen niet mogelijk. Dit is ook de reden waarom bepaalde stukken nog niet duidelijk leesbaar zijn, maar de korte samenvatting is wel duidelijk.
Er wordt een systeem ontwikkeld om een goede Marap of Burap te maken.
In bijlage 5 staat dat het college binnenkort komt te spreken over het projectplan en de stedenbouwkundige visie. Daarbij komt ter sprake wat de gemeente ter plekke zou willen gaan bouwen. Waar alle partijen in hun verkiezingsprogramma hebben staan dat zij willen bouwen voor ouderen, kan men ervan uitgaan dat dit zal gebeuren. Als de Kleiberglaan niet doorgaat, zal dit ergens anders gebeuren. In deze bijlage 5 zijn de stappen te vinden en ook wie en wanneer aan zet is.

Het college komt nog met de raad te spreken over de verhouding 30 - 70.
Het is verstandig om een structuurvisie op te stellen als algemeen beleidsuitgangspunt. Op het moment dat raad en college komen te spreken over welke woningbouw men zou willen, dient ook te worden nagedacht over waar deze woningbouw gerealiseerd kan worden.
De heer Koning merkt op dat de raad bij de behandeling van het bestemmingsplan heeft vastgesteld dat het een conserverend karakter heeft. Nu er allerlei gedachten over zijn, is het goed te kijken hoe men groen en rood in de toekomst definitief wil invullen. Op basis van een algemene visie op het dorp en de gemeente zou het project getoetst moeten worden.

Wethouder Hoving antwoordt dat de structuurvisie er in het ideale geval had gelegen, maar van de andere kant hebben raad en college al eerder besproken waar woningbouw en welke soorten woningbouw zouden kunnen plaatsvinden. Het is zijn overtuiging dat hierover voldoende inzicht bestaat om in de bestaande behoefte te voorzien. Daarbij is het niet zo dat de woningen alleen voor Rozendalers gebouwd zullen worden en getuige de Kapellenberg is dat ook nog nooit zo geweest. Hij is het met de fracties eens dat er nog een discussie gevoerd moet worden over de vraag voor wie de nieuwbouw bedoeld zal zijn, maar dit is nadere invulling en moet nog SMART worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor het juridische en financiele plaatje.
 
Wethouder Adema voegt eraan toe dat het college van oordeel is dat een structuurvisie alleen geschreven kan worden, als een aantal randvoorwaarden bekend is. Een van de randvoorwaarden die nog steeds onzeker is, is de totale omvang van waar gebouwd kan worden. Als deze onzekere factor blijft bestaan, zal de structuurvisie er toch moeten komen, maar dan zal het eerste besluit van de raad zijn om te beslissen of men doorgaat met een, twee of drie locaties.

Wethouder Hoving vervolgt dat de kosten van geluidwerende voorzieningen fluctueren afhankelijk van hoe diep men het terrein in wil gaan. Op sommige onderdelen zou er zelfs helemaal niets gedaan hoeven te worden. Het college heeft een bureau gevraagd om de consequenties inzichtelijk te brengen en de informatie zal binnenkort aan de raad beschikbaar worden gesteld. De informatie zal inzicht geven in de vraag wat het voor de te treffen geluidvoorzieningen betekent, als men 48 dB op de school wil en op de woningen een iets hoger getal. Hij is het eens met de heer Koning dat optimale maatregelen genomen moeten worden om de bewoners een goede woonwijk en een goede school te kunnen aanbieden.

De Stichting Duurzame A12 heeft kortgeleden gevraagd naar het standpunt van het college ten aanzien van de overkapping van de A12. Het antwoord is dat, als de stichting er de handen van betrokken partijen inclusief Rijkswaterstaat voor op elkaar kan krijgen, ook het college van Rozendaal bereid is om er krediet voor te vragen bij de raad. Het college heeft het onderzoek niet willen frustreren en zelfs willen stimuleren, maar er is een geringe verwachting van succes.
Hij is het eens met de BGR dat de juridische, praktische en financiele risico's nog SMART-er moeten worden geformuleerd.
 
Een aantal zaken wat kabels en leidingen betreft is onderzocht, maar het meeste ervan is zodanig uitvoerend van aard dat de raad er niet mee vermoeid hoeft te worden. Het is voldoende dat de raad weet dat het is uitgezocht en er geen problemen te verwachten zijn.
De uitgangspunten van de grondexploitatie zijn dezelfde als die in het projectplan zijn verwoord. Deel 1 en deel 2 zijn alternatieve berekeningen.
Het college verwacht vanuit Den Haag geen verdere aanscherping wat de regels voor fijn stof betreft. Mocht dit wel zo zijn, dan denkt het college niet dat het problemen gaat opleveren.
Gelet op de kleinschaligheid en de betrokkenheid van de wethouder moet het mogelijk zijn dat de wethouder af en toe aan de projectgroep deelneemt.
Gezien de grootte van de ambtelijke organisatie is het duidelijk dat een externe projectleider nodig is.
 
De heer Koning is tevreden met de beantwoording door het college. Werkenderweg zal het projectplan scherper en concreter worden. Hij kijkt met interesse uit naar een volgende versie.
De heer Tuit verklaart dat ook Rosendael '74 tevreden is met de gegeven uitleg en gedane toezeggingen ten aanzien van het financiele beheer, richtlijnen en interne spelregels.
De heer Logemann is blij met de uitspraak van de wethouder dat het projectplan een levend document is en kijkt hij uit naar de volgende versie.
 
19. Rondvraag
De heer Koning vraagt of het milieuplan dat in het najaar wordt gepresenteerd, ingaat op de proef met een alternatieve manier van onkruidbestrijding.
Wethouder Adema antwoordt dat thans een proef wordt uitgevoerd in de omgeving van het Beekdal. Als de proef slaagt, zal hij het college voorstellen om de onkruidbestrijding voor heel Rozendaal op die manier te doen.
De heer Koning heeft signalen gekregen dat de wateroverlast bij de Bremlaan structureel van aard is.
 
Wethouder Adema antwoordt dat er bij het laatste noodweer op twee plekken sprake is geweest van ernstige overlast. Beide situaties zullen structureel worden opgelost, zodra duidelijk is wat er precies aan de hand is en als er geld voor vrijgemaakt kan worden.
De heer Schakenraad vraagt naar de stand van zaken van het bestemmingsplan dat naar de provincie is gestuurd.
 
Wethouder Hoving antwoordt dat de stichting voor het behoud van de Leermolensenk aan GS een reactie heeft gestuurd dat men tevreden is over datgene wat verwoord staat ten behoeve van het behoud van de Leermolensenk. Er zijn bij zijn weten geen bezwaren ingediend.
Dhr Schakenraad merkt naar aanleiding van de sloop van een pand in de Schout Leermolenstraat op dat de opdrachtgever bij de sloper niet bekend had gemaakt dat de dorpspomp niet gesloopt mocht worden. Hij vraagt het college om bij sloopvergunningen duidelijk kenbaar te maken waar de grenzen liggen en wat de verantwoordelijkheden voor de opdrachtgever zijn.
Verder heeft hij geconstateerd dat het beloofde onderhoud aan de pompen in de openbare ruimte nog niet is uitgevoerd.
 
Tenslotte, de pompen die er het beste uitzien, staan op particulier terrein en staan genoemd op de gemeentelijke monumentenlijst en in het bestemmingsplan. De pompen in de openbare ruimte staan echter niet op de gemeentelijke monumentenlijst. Het unieke is dat in de gemeente Rozendaal nog een heel stelsel van pompen bewaard is gebleven.
Wethouder Hoving antwoordt dat het college in een eerder stadium heeft toegezegd dat de bouwkundige staat van onderhoud van de pompen zou worden onderzocht. Monumentenwacht zal daar advies over uitbrengen. Zodra het advies binnen is, zal de raad hierover worden geinformeerd. Er is vanuit een sociëteit al een aanbod om de gemeentelijke pompen op te knappen.
 
Alle pompen zowel die op particuliere grond als op gemeentegrond staan op de gemeentelijke monumentenlijst
In iedere afgegeven sloopvergunning wordt nadrukkelijk aangegeven wat wel en wat niet gesloopt mag worden. In het onderhavige geval stond expliciet omschreven dat de pomp niet gesloopt mocht worden, maar dit was niet gecommuniceerd tussen aannemer en eigenaar.
Hij zegt toe dat er extra aandacht voor gevraagd zal worden in voorkomende gevallen.
 
20. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 20.50 uur.

Uitgelicht


Zoeken